ECLI:NL:HR:2014:1211

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 mei 2014
Publicatiedatum
22 mei 2014
Zaaknummer
14/00876
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 78 lid 4 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in geschil over studieschuldaflossing

Belanghebbende had beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Deze uitspraak betrof een geschil over het besluit van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap inzake het vastgestelde maandelijkse bedrag voor de aflossing van de studieschuld van belanghebbende.

De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie aan de hand van artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie. Hieruit volgt dat de Hoge Raad alleen kennis kan nemen van cassatieberoepen tegen uitspraken van de administratieve rechter indien dit bij wet is bepaald.

Omdat er geen wettelijke bepaling bestaat die cassatie tegen de onderhavige uitspraak van de Centrale Raad van Beroep openstelt, werd het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. Tevens werden geen proceskosten aan belanghebbende toegekend. Het arrest werd uitgesproken door de raadsheren Schaap, Fierstra en Groeneveld op 23 mei 2014.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een wettelijke grond voor cassatie.

Uitspraak

23 mei 2014
Nr. 14/00876
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Centrale Raad van Beroepvan 29 januari 2014, nr. 13/2997 WSF, op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nr. 12/11006) betreffende een besluit op grond van de Wet studiefinanciering 2000.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Ingevolge artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie neemt de Hoge Raad enkel kennis van het beroep in cassatie tegen uitspraken van de administratieve rechter voor zover dit bij wet is bepaald. Er is geen wettelijke bepaling die beroep in cassatie openstelt tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep als de onderhavige, die is gedaan in een geschil betreffende het besluit van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap tot vaststelling van het maandelijks te betalen bedrag ter aflossing van de studieschuld van belanghebbende. Het beroep in cassatie dient derhalve niet-ontvankelijk te worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 23 mei 2014.