ECLI:NL:CRVB:2014:215
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening draagkrachtmeting studiefinanciering over 2010-2011
Appellant had studiefinanciering ontvangen die terugbetaald moest worden. Over de jaren 2004 tot en met 2009 was zijn draagkracht vastgesteld en hoefde hij niets af te lossen. Eind 2008 vertrok appellant naar het buitenland, maar hij maakte dit niet tijdig bekend aan de Minister. De Minister stelde in 2010 en 2011 maandelijkse aflossingsbedragen vast en stuurde besluiten en aanmaningen naar het oude adres van appellant.
Appellant verzocht in 2012 om een lagere draagkrachtmeting voor 2010 en 2011 en om afkoop van de schuld, maar deze verzoeken werden afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en ook in hoger beroep werd dit bevestigd. Appellant kon niet aantonen dat hij niet op de hoogte was van zijn betalingsverplichtingen, noch dat hem toezeggingen waren gedaan die hem vrijstelden van betaling.
De Raad oordeelde dat appellant zijn verhuizing niet tijdig had gemeld, waardoor de poststukken terecht naar het oude adres werden gestuurd. Het vermoeden van ontvangst van deze stukken is niet ontzenuwd. De doorzending van post was onvoldoende geregeld, wat in de risicosfeer van appellant ligt. De wettelijke regeling laat geen draagkrachtmeting toe voor reeds vervallen termijnen. Het beroep op een telefoongesprek met een medewerker van de Minister kon niet worden bewezen.
Daarom is de betalingsverplichting over 2010 en 2011 in rechte komen vast te staan en is het verzoek tot herziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de draagkrachtmeting over 2010 en 2011 wordt afgewezen en de betalingsverplichting blijft in stand.