ECLI:NL:HR:2014:1215

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 mei 2014
Publicatiedatum
23 mei 2014
Zaaknummer
14/01164
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 288 lid 1 onder b Fw
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing cassatieverzoek inzake toelating WSNP op grond van goede trouw

De zaak betreft een verzoeker die cassatie instelde tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag dat het verzoek tot toelating tot de Wet schuldsanering natuurlijke personen (WSNP) afwees. De rechtbank Rotterdam had eerder ook het toelatingsverzoek afgewezen. De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen en arresten en behandelt het cassatieberoep.

De advocaat-generaal adviseerde het cassatieverzoek te verwerpen en de raadsheren van de Hoge Raad sloten zich hierbij aan. Het cassatieberoep werd verworpen omdat de aangevoerde klachten geen aanleiding gaven tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling, zoals bedoeld in artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Het arrest van de Hoge Raad bevestigt daarmee het oordeel van het gerechtshof dat het toelatingsverzoek tot de WSNP terecht is afgewezen. De beslissing is genomen door de raadsheren Streefkerk, Drion, Polak en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer De Groot.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het toelatingsverzoek tot de WSNP afgewezen.

Uitspraak

23 mei 2014
Eerste Kamer
nr. 14/01164
LZ/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. S. Kousedghi.
Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak C/10/423271/FT EA 13/936 van de rechtbank Rotterdam van 30 september 2013;
b. het arrest in de zaak 200.134.844/01 van het gerechtshof Den Haag van 25 februari 2014.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het verzoek.
De advocaat van [verzoeker] heeft bij brief van 18 april 2014 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, C.E. Drion en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
23 mei 2014.