Conclusie
Middelonderdeel Iwerpt een rechtsklacht op die in twee subonderdelen wordt uitgewerkt. Volgens het onderdeel heeft het hof in rov. 5 niets meer overwogen dan dat niet aan de maatstaf van de goede trouw is voldaan omdat de CJIB-schuld, de schuld aan de Stichting Waarborgfonds Motoverkeer en de telefoonschulden niet te goeder trouw zijn ontstaan en/of onbetaald zijn gebleven. Daarmee heeft het hof volgens het onderdeel miskend dat de wsnp-rechter naar vaste jurisprudentie van de Hoge Raad bij zijn beslissing of de schuldenaar te goeder trouw is ter zake van het ontstaan of onbetaald laten van de schulden alle relevante omstandigheden moet betrekken, in het bijzonder de (wan)verhouding tussen de schulden niet-te-goeder-trouw en de totale schuldenlast (subonderdeel I.1) en de inspanning van de schuldenaar om de schulden te verminderen (subonderdeel I.2).
Middelonderdeel IIklaagt, indien en voor zover het hof deze gezichtspunten wel bij zijn oordeel heeft betrokken, over de begrijpelijkheid en deugdelijkheid van de gegeven motivering.
Middelonderdeel IIIbehelst een veegklacht.