Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Slotsom
4.Beslissing
3 juni 2014.
Hoge Raad
De verdachte werd door het Hof Den Haag veroordeeld voor medeplegen van een woninginbraak op 28 mei 2011 te Rotterdam, waarbij onder meer horloges, sieraden en elektronica werden weggenomen. Het Hof baseerde de bewezenverklaring op verklaringen van verdachte, getuigen, politieprocessen-verbaal en het aantreffen van gestolen goederen in een vluchtauto.
De kern van het bewijs was dat de verdachte de vluchtwagen bestuurde en daarmee de vluchtmogelijkheid voor de mededaders faciliteerde. Het Hof oordeelde dat dit een bewuste, nauwe en volledige samenwerking inhield gericht op de inbraak.
De Hoge Raad oordeelt echter dat uit de bewijsvoering niet zonder meer kan worden afgeleid dat de verdachte een zodanig significante bijdrage heeft geleverd dat sprake is van medeplegen. Het faciliteren van de vluchtmogelijkheid alleen is onvoldoende om bewuste nauwe samenwerking vast te stellen.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en wijst de zaak terug naar het Hof Den Haag voor een nieuwe beoordeling en afdoening op het bestaande hoger beroep.
Uitkomst: Arrest Hof vernietigd wegens onvoldoende bewijs medeplegen; zaak terugverwezen voor hernieuwde berechting.