Uitspraak
wonende te [woonplaats],
gevestigd te [vestigingsplaats],
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
27 juni 2014.
Hoge Raad
In deze zaak stond de vraag centraal of de verzekeraar aansprakelijk was voor brandschade aan een boerderij waarvoor reeds een sloopvergunning was aangevraagd. Eiser, handelend onder de naam A, vorderde vergoeding van de schade. De rechtbank Arnhem heeft in meerdere vonnissen uitspraak gedaan, waarna het gerechtshof Arnhem het geschil heeft behandeld en een arrest heeft gewezen dat aan het arrest van de Hoge Raad is gehecht.
Eiser stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het gerechtshof, waarbij hij zich beroept op het verzekeringsrecht en het indemniteitsbeginsel zoals neergelegd in artikel 7:960 en Pro 7:944 BW. Verweerster heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Advocaat-Generaal heeft eveneens voorgesteld het beroep te verwerpen.
De Hoge Raad oordeelt dat de klachten van eiser niet leiden tot cassatie, mede omdat er geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling zijn. Het beroep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding. De uitspraak bevestigt daarmee de eerdere beslissingen van lagere instanties en sluit het geschil af.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en hij wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.