Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Beoordeling van het eerste middel
4.Slotsom
5.Beslissing
28 januari 2014.
Hoge Raad
De verdachte werd door het Gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden wegens witwassen. Het hof motiveerde deze straf door de ernst van het feit en het belang van het financiële stelsel, maar erkende ook de relatief beperkte rol van de verdachte en het ontbreken van eerdere veroordelingen.
De Hoge Raad oordeelt dat de oplegging van een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet begrijpelijk is, gelet op de overwegingen van het hof zelf omtrent de mogelijkheid van een (gedeeltelijk) voorwaardelijke straf. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest voor zover het de strafoplegging betreft en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling.
Andere middelen van cassatie worden verworpen omdat zij geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling opleveren. De zaak wordt derhalve opnieuw behandeld door het hof, waarbij de strafoplegging opnieuw moet worden overwogen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor zover het een onvoorwaardelijke gevangenisstraf oplegt en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe berechting.