ECLI:NL:HR:2014:213

Hoge Raad

Datum uitspraak
31 januari 2014
Publicatiedatum
31 januari 2014
Zaaknummer
12/05689
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 6:203 BW
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing cassatie in koopovereenkomst onder opschortende voorwaarde

In deze zaak stond een koopovereenkomst onder opschortende voorwaarde centraal, waarbij de voorwaarde niet in vervulling is gegaan. Benu Apotheken vorderde nakoming van ongedaanmakingsverbintenissen en stelde een vordering uit onverschuldigde betaling op grond van artikel 6:203 BW Pro.

De procedure begon bij de rechtbank Utrecht met meerdere vonnissen en vervolgde bij het gerechtshof Amsterdam, dat op 21 augustus 2012 arrest wees. Benu Apotheken stelde beroep in cassatie in tegen dit arrest, maar het verweer van de wederpartij werd door de Hoge Raad gevolgd.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad wees het beroep af en veroordeelde Benu Apotheken tot betaling van de proceskosten. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en gewezen door drie raadsheren.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Benu Apotheken wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

31 januari 2014
Eerste Kamer
nr. 12/05689
LZ/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
BENU APOTHEKEN B.V. (voorheen Escura Apotheken B.V.),
gevestigd te Maarssen,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. D.A. van der Kooij,
t e g e n
[verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. J.W.H. van Wijk.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Benu Apotheken en [verweerder].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 233937/HA ZA 07/1348 van de rechtbank Utrecht van 17 oktober 2007, 23 juli 2008 en 25 november 2009;
b. de arresten in de zaak 200.061.863 van het gerechtshof te Amsterdam van 5 april 2011 en 21 augustus 2012.
Het arrest van het hof van 21 augustus 2012 is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof van 21 augustus 2012 heeft Benu Apotheken beroep in cassatie ingesteld.
De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, alsmede door mr. B.I. Bethlehem, destijds advocaat te Amsterdam voor Benu Apotheken.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van Benu Apotheken heeft bij brief van 20 december 2013 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Benu Apotheken in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 1.886,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president F.B. Bakels op
31 januari 2014.