Uitspraak
gevestigd te Leidschendam, gemeente Leidschendam-Voorburg,
gevestigd te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer,
gevestigd te Eindhoven,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
De aantrekkelijkheid van Adimec voor haar (potentiële) klanten is met name gelegen in de bij haar aanwezige know how en haar innovatief potentieel. Het zwaartepunt van de gewerkte uren bij Adimec ligt bij productontwikkeling (R&D), de vermarkting van de resultaten van die productontwikkeling en het onderzoeken van nieuwe zakelijke mogelijkheden. De eindassemblage die bij Adimec plaatsvindt, heeft betrekking op door haar van derden betrokken onderdelen. Er is maar een zeer beperkt aantal van haar medewerkers betrokken bij die eindassemblage. (rov. 7)
.Blijkens de hiervoor in 3.2.2 en 3.2.3 weergegeven, door het hof in rov. 7 en 9.4 vastgestelde feiten, bestaat de bedrijfsactiviteit van Adimec in hoofdzaak in het in nauw overleg met de afnemer ontwerpen en ontwikkelen van geavanceerde en gespecialiseerde hightech camera’s
.De uiteindelijke assemblage van die camera’s - de enige fase van de productie en dienstverlening van Adimec die kan worden aangemerkt als het ‘be- en/of verwerken van metalen’ in genoemde zin, en welke assemblage uitsluitend plaatsvindt als een uitvloeisel van het ontwerpen en de ontwikkelen van een camera
-vormt slechts een ondergeschikt onderdeel van haar activiteiten. De door het hof aan deze feiten verbonden slotsom dat de onderneming van Adimec (dus) niet valt onder de werkingssfeerbepaling van lid 2, aanhef en onder a, Regeling Werkingssfeer, is juist.
De vaststelling van het hof houdt immers in dat in dit geval ontwerp en ontwikkeling juist kern en zwaartepunt van (en dus) de (eigenlijke) bedrijfsactiviteiten vormen. Die vaststelling is gelet op de door het hof in rov. 7 vermelde feiten alleszins begrijpelijk.
4.Beslissing
31 januari 2014.