Uitspraak
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Amsterdamvan 4 april 2013, nr. 11/00603, betreffende een aanslag in de verontreinigingsheffing.
Hoge Raad
Belanghebbende, een groothandel in vis en exploitant van een rokerij, kreeg voor 2007 een aanslag verontreinigingsheffing opgelegd door het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Na bezwaar en een uitspraak van de rechtbank die de aanslag verminderde, bevestigde het Gerechtshof Amsterdam deze vermindering. Belanghebbende stelde in cassatie dat het onderzoek naar de vervuilingswaarde van het afvalwater niet voldeed aan wettelijke eisen.
Het onderzoek bestond uit drie meetweken waarin het afvalwater werd bemonsterd en geanalyseerd, waarbij de afvalwaterstroom van de rokerij volumeproportioneel werd bemonsterd en die van de expeditieafdeling tijdproportioneel. De Hoge Raad oordeelde dat hoewel de meting niet geheel volgens de voorschriften was uitgevoerd, dit niet betekent dat het resultaat onbruikbaar is. De rechtbank had de aanslag verminderd om nadelige gevolgen van de onvolkomenheden te elimineren.
De Hoge Raad verwierp de stelling van belanghebbende dat de vervuilingswaarde forfaitair moest worden vastgesteld, omdat dit in strijd zou zijn met de wettelijke bepalingen. Het hof had terecht geoordeeld dat het onderzoek representatief was en dat de aanslag op basis van de hogere klasse terecht was vastgesteld. De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde daarmee de uitspraak van het hof.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de aanslagverdeling op basis van het onderzoek met vermindering voor onvolkomenheden.