Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
gemachtigde: [gemachtigde] ,
Rechtbank Overijssel
Eiseres, exploitant van een visverwerkend bedrijf, kreeg voor 2015 een definitieve aanslag zuiveringsheffing opgelegd van €19.290,80, gebaseerd op een ambtshalve uitgevoerd afvalwateronderzoek. Verweerder had eiseres ingedeeld in klasse 11 van de afvalwatercoëfficiënten, wat een hogere coëfficiënt inhoudt dan eiseres wenste (klasse 10). Eiseres voerde aan dat het onderzoek niet voldeed aan de wettelijke voorschriften, omdat het debiet niet gemeten maar berekend was, en de monstername tijdproportioneel was terwijl het debiet niet constant zou zijn.
De rechtbank oordeelde dat het bepalen van het debiet via meting in het watertoevoersysteem is toegestaan, mits de afgevoerde hoeveelheid afvalwater niet groter is dan de toegevoerde hoeveelheid water, wat hier het geval was. De tijdproportionele monstername was gerechtvaardigd omdat het debiet als constant kon worden beschouwd volgens NEN 6600-1, ondanks kleine fluctuaties. De rechtbank verwierp de stelling van eiseres dat tijdens pauzes geen afvalwater werd geloosd.
Verder wees de rechtbank op het verschil met een eerder arrest van de Hoge Raad, dat niet van toepassing was omdat daar het debiet niet was gemeten en de monstername niet conform de belastingverordening was. De rechtbank bevestigde dat het afvalwateronderzoek rechtsgeldig was uitgevoerd en dat de aanslag terecht was vastgesteld. Het beroep werd ongegrond verklaard en proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag zuiveringsheffing 2015 wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft ongewijzigd.