Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel, het tweede middel en het derde middel
3.Beoordeling van het vierde middel
4.Slotsom
5.Beslissing
16 september 2014.
Hoge Raad
De verdachte werd door het hof veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee weken en werd gelast de tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde straf. Het hof oordeelde dat op grond van artikel 22b Sr geen taakstraf kon worden opgelegd ter vervanging van de gevangenisstraf.
De Hoge Raad stelt vast dat de feiten waarop de veroordeling is gebaseerd, zijn gepleegd vóór de inwerkingtreding van de wet van 17 november 2011, die artikel 22b Sr herintroduceerde met beperkingen voor taakstraffen bij recidive. Volgens het overgangsrecht geldt deze wet niet voor feiten gepleegd vóór 3 januari 2012.
Daarom heeft het hof ten onrechte de omzetting van de voorwaardelijke gevangenisstraf in een taakstraf uitgesloten. De Hoge Raad vernietigt dit deel van het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling. Het overige beroep wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof voor zover het de omzetting van de voorwaardelijke gevangenisstraf in een taakstraf betreft en wijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling.