ECLI:NL:HR:2014:2793

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 september 2014
Publicatiedatum
25 september 2014
Zaaknummer
14/02788
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:6 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens ontbreken gronden

In deze zaak betrof het een beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam over zes uitnodigingen tot betaling (UTB's) aan een belanghebbende te Duitsland.

Het beroepschrift in cassatie voldeed niet aan de vereisten van artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb, omdat het niet de gronden van het beroep bevatte. De Hoge Raad heeft de belanghebbende per aangetekende brief in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen zes weken te herstellen.

Deze termijn eindigde op 22 juli 2014, maar het herstel werd niet tijdig verricht; de brief die op 24 juli 2014 binnenkwam, werd buiten beschouwing gelaten. Daarom verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

De Hoge Raad achtte geen gronden aanwezig voor een veroordeling in proceskosten. Het arrest is uitgesproken in aanwezigheid van de vice-president en raadsheren op 26 september 2014.

Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van de gronden en het niet tijdig herstellen daarvan.

Uitspraak

26 september 2014
Nr. 14/02788
Arrest
gewezen op het door
[X]te
[Z]ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Amsterdamvan 17 april 2014, nrs. 13/00231 tot en met 13/00236, betreffende een zestal aan [A] te [Q], Duitsland, uitgereikte uitnodigingen tot betaling (UTB’s).

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Het beroepschrift in cassatie bevat, hoewel artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb dit vereist, niet de gronden van het beroep.
Bij aangetekende brief van 10 juni 2014, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres, heeft de griffier van de Hoge Raad belanghebbende in de gelegenheid gesteld dat verzuim binnen zes weken na de dagtekening van deze brief te herstellen. Die termijn eindigde op 22 juli 2014.
Nu herstel van het verzuim niet tijdig heeft plaatsgevonden – de op 24 juli 2014 bij de Hoge Raad ingekomen brief wordt als te laat ingekomen buiten beschouwing gelaten –, zal de Hoge Raad met toepassing van het bepaalde in artikel 6:6 Awb Pro het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.

2.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 26 september 2014.