Uitspraak
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
1.Risiko des Bekanntwerdens
(Hof: Zwitserland)und in Deutschland.
(Hof: transactie 3 en 4)
(Hof: transactie 4 en 5);
3.Geschil in hoger beroep
4.De overwegingen van de rechtbank
Onjuiste aangiften
Gerechtshof Amsterdam
Het geschil betreft de vaststelling van de juiste CIF-invoerprijs voor pluimveevlees en de toepassing van aanvullende invoerrechten. Belanghebbende en anderen hebben een complexe transactiestructuur opgezet waarbij de CIF-invoerprijs kunstmatig werd verhoogd om aanvullende rechten te ontduiken. De inspecteur stelde de prijs vast op basis van de representatieve prijs en legde uitnodigingen tot betaling (UTB's) op.
De rechtbank oordeelde dat de transacties niet normale handelstransacties zijn en dat sprake is van misbruik van recht. Belanghebbende werd als schuldenaar aangemerkt omdat hij wist of redelijkerwijs had moeten weten dat de gegevens onjuist waren. De verlengde navorderingstermijn werd toegepast omdat het handelen strafrechtelijk vervolgbaar was.
Het Hof bevestigt deze beoordeling. Het misbruik van recht is vastgesteld omdat de transacties enkel gericht waren op het ontduiken van aanvullende rechten en de Europese pluimveemarkt hierdoor werd ontwricht. De juridische grondslag voor het schuldenaarschap is toereikend en de verlengde navorderingstermijn is terecht toegepast. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.