Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
[eiser02],
[gedaagde02],
[gedaagde03],
1..De procedure
- het vonnis in de incidenten tot niet-ontvankelijkverklaring, tot exhibitie ex artikel 843a Rv en tot vrijwaring van 27 januari 2021 en de daarin genoemde processtukken,
- de conclusie van antwoord van [gedaagde01] , met producties,
- de conclusie van antwoord van [gedaagde02] , met producties,
- de conclusie van antwoord van [gedaagde03] ,
- de mondelinge behandeling op 8 februari 2022,
- de pleitnota van [eisers] ,
- de pleitaantekeningen van [gedaagde01] , met twee producties (twee tekeningen),
- de pleitaantekeningen van [gedaagde02] ,
- de pleitaantekeningen van [gedaagde03] .
akte verduidelijking (en wijziging/ vermeerdering van eis) tevens houdende aanvullende producties” van 25 januari 2022 is, na het hiertegen door gedaagden gemaakte bezwaar, door de rechtbank geweigerd. Dit is aan partijen kenbaar gemaakt bij e-mailbericht van 31 januari 2022.
2..De vaststaande feiten
POWER OF ATTORNEY
POWER OF ATTORNEY
Middelen I, II en IV (misbruik van recht)
4..Slotsom
7..Beslissing
3..De vorderingen en het verweer
4..De beoordeling
waar gaat de zaak over?
blijkt uit de omstandigheden van het geval” zowel in de zin van artikel 3 lid 1 Rome Pro I als in de zin van artikel 14 lid Pro 1, laatste alinea, Rome II.
powers of attorneykan worden opgemaakt dat [eiser02] (medewerkers van) [gedaagde01] én Graf von Westfalen heeft gemachtigd om namens hen (de rechtbank begrijpt dat hieronder in ieder geval ook [eiser01] valt) op te treden in (gerechtelijke) procedures. [gedaagde01] stuurde voor deze werkzaamheden ook rechtstreeks een factuur naar [eiser01] . Onder deze omstandigheden mochten en moesten [eisers] en [gedaagde01] over en weer uit elkaars gedragingen afleiden dat er een overeenkomst tussen hen tot stand was gekomen.
vaststaande feitengeciteerde overwegingen:
de vaststaande feitengeciteerde overwegingen):
trial within a trial. Beoordeeld moet worden of de inspecteur, als wederpartij van [eisers] in de situatie dat [gedaagde01] wel tijdig de cassatiegronden had aangevuld, het kwade genius-verweer gevoerd zou hebben. En zo ja, of dat verweer succes zou hebben gehad bij de Hoge Raad. De rechtbank beantwoordt die vraag ontkennend, op grond van het volgende.
.
schade komt niet voor vergoeding in aanmerking” en“
aanspraak op schadevergoeding is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar”wordt dit verweer verworpen. De geschonden norm (als onzorgvuldig opdrachtnemer te laat de cassatiegronden indienen) strekt ter bescherming van het belang van een kans op een betere uitkomst van de procedure bij de Hoge Raad. Met haar verweer miskent [gedaagde01] dat genoemde norm niet strekte (of in ieder geval niet direct) tot bescherming van het belang van [eisers] dat de voordelen die zij had genoten als gevolg van belastingontduiking stand hielden.
heeft de kosten van de werkzaamheden in de cassatieprocedure aan [eiser01] gecrediteerd, ongeacht de uitkomst van de procedures van [naam01] en [naam02]. Verder heeft [gedaagde01] voorgesteld de uitkomst van de procedures af te wachten." Een voorstel om voorlopig niet te betalen kan daarin niet zonder meer worden gelezen. Evengoed kan het betekenen dat [gedaagde01] (slechts) voorstelt om nog geen claim bij haar in te dienen voor haar beroepsfout omdat uit de cassatieprocedure van [naam01] en [naam02] nog zou kunnen blijken dat procederen bij de Hoge Raad toch geen succes had. [eisers] hebben hun stelling aldus onvoldoende gemotiveerd. Daar wordt dus aan voorbij gegaan.
De Ontvanger had een deel van de douaneschuld (63) - voor de Verantwoording (64)- al verminderd.”
.”
powers of attorney. Hieruit blijkt slechts dat [eisers] [gedaagde02] en [gedaagde03] - met het recht van substitutie - hebben gemachtigd om hen in (gerechtelijke) procedures te vertegenwoordigen. [gedaagden] hebben met juistheid gesteld dat [gedaagde01] als rechtspersoon [eisers] niet in gerechtelijke procedures kan vertegenwoordigen. Dat [gedaagde02] en [gedaagde03] op de
powers of attorneybij naam zijn genoemd, kan daarom de daaruit door [eisers] getrokken conclusie niet rechtvaardigen. Dat er geen enkele communicatie was tussen [eisers] enerzijds en [gedaagde02] en [gedaagde03] anderzijds maar alleen tussen [eisers] en Graf von Westphalen, lijkt ook eerder op het tegendeel te wijzen.
The insurance company has appointed a lawyer, acting on behalf of the parties from our side.” af dat de aangewezen advocaat ook optrad namens [gedaagde03] . Echter, er valt niet zonder meer in te zien waarom [gedaagde01] gerechtigd was om [gedaagde03] te vertegenwoordigen ( [gedaagde03] verrichtte voorheen krachtens overeenkomsten van opdracht werkzaamheden voor [gedaagde01] en hij is rond die tijd met pensioen gegaan). Dat valt uit de stellingen van [eisers] niet af te leiden. [eisers] stelt ook niet dat en waarom sprake zou kunnen zijn van een schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid die door enig toedoen van [gedaagde03] aan hem mag worden toegerekend.