ECLI:NL:HR:2014:2821

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 september 2014
Publicatiedatum
25 september 2014
Zaaknummer
14/02840
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 350 lid 3 onder f FwArt. 288 lid 1 onder b FwArt. 288 lid 1 onder c FwArt. 285 lid 1 onder c Fw
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep wegens schending informatieplicht in WSNP-procedure

De zaak betreft een verzoeker die in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) tussentijdse beëindiging van de procedure heeft ondervonden vanwege schending van de informatieplicht. Tijdens de toelatingsprocedure heeft verzoeker nagelaten te informeren over een lopende strafrechtelijke procedure.

Het gerechtshof Den Haag heeft het verzoek van verzoeker afgewezen, en tegen dit arrest is cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal heeft geadviseerd het cassatieberoep te verwerpen.

De Hoge Raad oordeelt dat de klachten van verzoeker niet tot cassatie kunnen leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat de klachten niet bijdragen aan rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het beroep wordt derhalve verworpen.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verzoeker wordt verworpen en de tussentijdse beëindiging van de WSNP-procedure blijft gehandhaafd.

Uitspraak

26 september 2014
Eerste Kamer
nr. 14/02840
RM/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. A.H.H. Vermeulen.
Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak C/10/13/481 R van de rechtbank Rotterdam van 14 maart 2014;
b. het arrest in de zaak 200.144.000/01 van het gerechtshof Den Haag van 22 mei 2014.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [verzoeker] heeft bij brief van 10 juli 2014 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
26 september 2014.