Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
30 september 2014.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep ingesteld door de verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 18 februari 2013. De advocaat van de verdachte heeft schriftelijk middelen van cassatie voorgesteld. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad heeft de middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering is geen nadere motivering vereist omdat de middelen niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom heeft de Hoge Raad het beroep verworpen. De uitspraak is gedaan door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 30 september 2014.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte is verworpen zonder nadere motivering.