Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Beslissing
7 oktober 2014.
Hoge Raad
In deze strafzaak is de verdachte veroordeeld voor een overtreding van artikel 9 van Pro de Natuurbeschermingsverordening en kreeg een geldboete van Afl 450,- opgelegd. De Hoge Raad beoordeelt de ontvankelijkheid van het cassatieberoep tegen het vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba.
De kernvraag betrof de uitleg van artikel 427, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) in samenhang met de Rijkswet cassatierechtspraak voor de Caribische delen van het Koninkrijk. Volgens deze bepaling is cassatieberoep niet mogelijk bij geldboetes tot een gezamenlijk maximum van €250,-, omgerekend naar Afl 400,- ten tijde van de inwerkingtreding van de Aanpassingswet modernisering rechterlijke organisatie.
Omdat de opgelegde boete Afl 450,- bedraagt, ligt de zaak boven deze grens en is het cassatieberoep ontvankelijk. De Hoge Raad wijst erop dat de Advocaat-Generaal nog niet heeft gereageerd op de inhoudelijke middelen en besluit de zaak naar de rolzitting te verwijzen voor verdere behandeling. De uitspraak werd gewezen door vice-president Van Dorst en raadsheer Van de Griend.
Uitkomst: Cassatieberoep is ontvankelijk verklaard en verwezen naar de rolzitting voor verdere behandeling.