Conclusie
landelijkeregelgeving betreft, zie ik ook geen ruimte voor toepassing van art. 427, derde lid Sv NL, dat cassatie openstelt zonder een in geld uitgedrukte drempel in geval van overtreding van regelgeving van lagere overheden.
Parket bij de Hoge Raad
In deze strafzaak is verdachte veroordeeld door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba tot een geldboete van Afl 450,- wegens overtreding van de Natuurbeschermingsverordening. Tegen dit vonnis stelde verdachte cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad overweegt dat op grond van artikel 427, tweede lid, Wetboek van Strafvordering (Sv) van het Europese deel van het Koninkrijk, cassatie tegen arresten betreffende overtredingen niet openstaat indien geen andere straf of maatregel is opgelegd dan een geldboete tot een gezamenlijk maximum van €250. Hoewel het Wetboek van Strafvordering Aruba geen afzonderlijke regeling voor cassatie kent, geldt de Rijkswet cassatierechtspraak die bepaalt dat de Hoge Raad in Antilliaanse zaken overeenkomstig het Europese deel van het Koninkrijk beslist.
De opgelegde boete van Afl 450,- komt, omgerekend naar euro's, neer op circa €102,-, wat onder de cassatiedrempel valt. De Hoge Raad concludeert daarom dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk is. Er is geen ruimte voor toepassing van uitzonderingen die cassatie zonder drempel openstellen bij overtredingen van lagere regelgeving.
Deze uitspraak bevestigt de toepassing van de cassatiedrempel in Antilliaanse strafzaken en sluit cassatieberoep uit bij lage geldboetes, conform de regeling in het Europese deel van het Koninkrijk.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de opgelegde geldboete onder de wettelijke drempel van €250 ligt.