ECLI:NL:HR:2015:540

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 maart 2015
Publicatiedatum
10 maart 2015
Zaaknummer
13/04841
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wetboek van Strafvordering
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep tegen vonnis Gemeenschappelijk Hof van Justitie Aruba e.a.

De verdachte, geboren in Aruba, stelde cassatieberoep in tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, gedateerd 13 mei 2013. Het beroep werd ingesteld door zijn raadsman en schriftelijk toegelicht. De Hoge Raad oordeelde eerder dat de verdachte ontvankelijk was in het beroep en gaf de Advocaat-Generaal de gelegenheid om zich over de middelen uit te laten.

De Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het cassatieberoep, waarop de raadsman schriftelijk reageerde. De Hoge Raad beoordeelde de middelen en stelde vast dat deze niet tot cassatie konden leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, was nadere motivering niet vereist omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Daarom wees de Hoge Raad het beroep af en bevestigde het vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren in aanwezigheid van de griffier tijdens een openbare terechtzitting op 10 maart 2015.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie blijft in stand.

Uitspraak

10 maart 2015
Strafkamer
nr. S 13/04841 A
TBO/SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, van 13 mei 2013, nummer H 166/2012, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren in Aruba op [geboortedatum] 1969.

1.Geding in cassatie

1.1.
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. A.C.G. Bikker, advocaat te Oranjestad (Aruba), bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De middelen zijn schriftelijk toegelicht.
1.2.
De Hoge Raad heeft bij arrest van 7 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:2910, geoordeeld dat de verdachte kan worden ontvangen in het ingestelde beroep en dat de Advocaat-Generaal in de gelegenheid behoort te worden gesteld zich uit te laten over de middelen.
1.3.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft bij aanvullende conclusie geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
1.4.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren N. Jörg en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
10 maart 2015.