ECLI:NL:HR:2014:2991

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 oktober 2014
Publicatiedatum
16 oktober 2014
Zaaknummer
13/06174
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
5 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling aanspraak op contractuele beëindigingsvergoeding na ontbinding arbeidsovereenkomst wegens gewichtige redenen

De Stichting Gezondheidscentra Eindhoven e.o. stelde in cassatie beroep in tegen het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch dat een geschil betrof over de aanspraak op een contractuele beëindigingsvergoeding na ontbinding van een arbeidsovereenkomst wegens gewichtige redenen.

Het geschil draaide om de uitleg van het beding in de arbeidsovereenkomst, waarbij de Hoge Raad het haviltex-criterium toepaste om de betekenis van de term “ontslag verlenen” te bepalen, zoals eerder vastgesteld in HR 25 juni 2004 (ECLI:NL:HR:2004:AP4365). Tevens werd het beroep van de werkgever op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid en op onvoorziene omstandigheden beoordeeld.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de Stichting niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was omdat geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

Het beroep werd verworpen en de Stichting werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding. Hiermee werd het arrest van het gerechtshof bekrachtigd.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de Stichting wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof bevestigd.

Uitspraak

17 oktober 2014
Eerste Kamer
nr. 13/06174
LZ/LH
Hoge Raad der Nederlanden
STICHTING GEZONDHEIDSCENTRA EINDHOVEN E.O.,
gevestigd te Eindhoven,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. R.A.A. Duk,
t e g e n
[verweerder],
wonende te [woonplaats], België,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. S.F. Sagel.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de Stichting en [verweerder].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 791533 van de kantonrechter te Eindhoven van 12 april 2012;
b. het arrest in de zaak HD 200.110.333/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 20 augustus 2013.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft de Stichting beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor [verweerder] mede door mr. J.T. van der Kroon.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van de Stichting heeft bij brief van 25 juli 2014 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt de Stichting in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 380,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, C.A. Streefkerk, A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president E.J. Numann op
17 oktober 2014.