Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2014:3039

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 oktober 2014
Publicatiedatum
24 oktober 2014
Zaaknummer
13/04555
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing cassatie in zaak contractsoverneming en proceskostenveroordeling

In deze zaak stond centraal de beoordeling van een geschil over contractsoverneming en de daarbij behorende proceskostenveroordeling. Adrina Produkties B.V. en Bassie Produkties B.V. (Adrina c.s.) hadden cassatie ingesteld tegen het eindarrest van het gerechtshof Den Haag van 21 mei 2013. Het hof had eerder een tussentijds arrest gewezen op 20 december 2011 en een eindarrest op 21 mei 2013.

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen van de rechtbank Rotterdam en de arresten van het hof Den Haag voor het geding in feitelijke instanties. Tegen de wederpartijen, aangeduid als [verweerder] c.s., was verstek verleend. De waarnemend Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen.

De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat nadere motivering niet nodig is omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn. Het beroep wordt verworpen en Adrina c.s. worden veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, die aan de zijde van [verweerder] c.s. op nihil worden begroot.

Het arrest is gewezen door de vice-president en vier raadsheren en in het openbaar uitgesproken door raadsheer G. de Groot op 24 oktober 2014.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Adrina c.s. wordt verworpen en zij worden veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

24 oktober 2014
Eerste Kamer
nr. 13/04555
EV/LZ
1. ADRINA PRODUKTIES B.V.,
2. BASSIE PRODUKTIES B.V.,
beide gevestigd te Vlaardingen,
EISERESSEN tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens,
t e g e n
1. [verweerder 1],
wonende te [woonplaats],
2. [verweerder 2],
wonende te [woonplaats],
3. [verweerder 3],
wonende te [woonplaats],
4. [verweerder 4],
wonende te [woonplaats],
5. [verweerder 5],
wonende te [woonplaats],
6. [verweerder 6],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Adrina c.s. en [verweerder] c.s.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 290477/HA ZA 07-2103 van de rechtbank Rotterdam van 19 december 2007 en 5 augustus 2009;
b. de arresten in de zaak 200.054.829/01 van het gerechtshof Den Haag van 20 december 2011 (tussenarrest) en 21 mei 2013 (eindarrest).
Het eindarrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het eindarrest van het hof van 21 mei 2013 hebben Adrina c.s. beroep in cassatie ingesteld.
De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerder] c.s. is verstek verleend.
De zaak is voor Adrina c.s. toegelicht door hun advocaat.
De conclusie van de waarnemend Advocaat-Generaal A. Hammerstein strekt tot verwerping.

3.Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Adrina c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren C.E. Drion, G. Snijders, G. de Groot en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
24 oktober 2014.