ECLI:NL:HR:2014:3048

Hoge Raad

Datum uitspraak
28 oktober 2014
Publicatiedatum
28 oktober 2014
Zaaknummer
13/03355
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt beroep cassatie tegen arrest hof over noodweerexces

De verdachte heeft cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin zijn beroep op noodweerexces werd verworpen. De Hoge Raad heeft in een eerder tussenarrest geoordeeld dat de klacht over het niet beëdigen van het slachtoffer als getuige niet ontvankelijk was. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De Hoge Raad heeft het middel dat zich richtte tegen de afwijzing van het beroep op noodweerexces eveneens verworpen. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering behoefde dit geen nadere motivering omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad heeft het beroep van verdachte verworpen en het arrest van het hof bevestigd. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de verwerping van het beroep op noodweerexces door het hof.

Uitspraak

28 oktober 2014
Strafkamer
nr. 13/03355
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 7 mei 2013, nummer 20/002370-12, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976.

1.Geding in cassatie

1.1.
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld.
1.2.
De Hoge Raad heeft bij arrest van 8 juli 2014, ECLI:NL:HR:2014:1695, geoordeeld dat de verdachte onvoldoende rechtens te respecteren belang heeft bij de klacht van het middel dat het Hof het slachtoffer ten onrechte niet als getuige heeft beëdigd en dat de Advocaat-Generaal in de gelegenheid behoort te worden gesteld zich uit te laten over de andere klacht van het middel.
1.3.
De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft bij aanvullende conclusie geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het middel

Naar uit voormeld tussenarrest van de Hoge Raad volgt is de eerste klacht van het middel tevergeefs voorgesteld.
De tweede klacht van het middel komt op tegen de verwerping door het Hof van een beroep op noodweerexces. Het middel kan ook in zoverre niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel in zoverre niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier S.C. Rusche, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
28 oktober 2014.