Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
28 oktober 2014.
Hoge Raad
De verdachte heeft cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin zijn beroep op noodweerexces werd verworpen. De Hoge Raad heeft in een eerder tussenarrest geoordeeld dat de klacht over het niet beëdigen van het slachtoffer als getuige niet ontvankelijk was. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad heeft het middel dat zich richtte tegen de afwijzing van het beroep op noodweerexces eveneens verworpen. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering behoefde dit geen nadere motivering omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad heeft het beroep van verdachte verworpen en het arrest van het hof bevestigd. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de verwerping van het beroep op noodweerexces door het hof.