Conclusie
tweede klachthoudt in dat het hof het beroep op noodweerexces onvoldoende gemotiveerd heeft verworpen. De overweging van de rechtbank in het door het hof bevestigde vonnis dat niet aannemelijk is geworden dat sprake is geweest van [een] noodweerexcessituatie ‘veroorzaakt door de direct daaraan voorafgaande aanval’ zou onbegrijpelijk zijn ‘nu de rechtbank en het hof daarbij ten onrechte niet hebben betrokken de omstandigheid dat verdachte ook door [betrokkene 1] werd bedreigd en hij ook op de hoogte was van de kwalijke reputatie van [betrokkene 2] en [betrokkene 1]. Ook zou de overweging onbegrijpelijk zijn ‘in het licht van de omstandigheid dat de gebeurtenissen zich in een zeer snel tempo na elkaar hebben afgespeeld, terwijl vastgesteld is dat verdachte en zijn echtgenote door [betrokkene 2] en [betrokkene 1] werden belaagd’.