Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
11 februari 2014.
Hoge Raad
De verdachte heeft bij de Hoge Raad beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem, zitting houdende te Leeuwarden, in een strafzaak. Namens de verdachte heeft mr. M.J. van Weerden een middel van cassatie voorgesteld. De waarnemend Advocaat-Generaal N. Jörg heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad heeft het middel beoordeeld en geoordeeld dat het middel niet tot cassatie kan leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, is geen nadere motivering vereist omdat het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom heeft de Hoge Raad het cassatieberoep verworpen. Het arrest is gewezen door de raadsheren B.C. de Savornin Lohman als voorzitter, W.F. Groos en Y. Buruma, en uitgesproken in een openbare terechtzitting op 11 februari 2014.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof wordt bekrachtigd.