Uitspraak
gemeente Borselete
Heinkenszand(hierna: belanghebbende), alsmede het beroep in cassatie van de
Staatssecretaris van Financiëntegen de uitspraak van het
Gerechtshof te ’s-Gravenhagevan 20 april 2012, nrs. BK-11/00066 en BK-11/00067, betreffende een op aangifte voldaan bedrag aan omzetbelasting en een beschikking inzake een bijdrage uit het BTW-compensatiefonds.
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Geding in cassatie
3.Uitgangspunten in cassatie
4.Beoordeling van het door de Staatssecretaris voorgestelde middel
V-N 2007/32.21, punt 48, en HvJ 13 december 2007, Franz Götz, C-408/06, ECLI:EU:C:2007:789, V-N 2008/3.21, punt 15 (hierna: het arrest Franz Götz). Alvorens wordt toegekomen aan beantwoording van de vraag of belanghebbende met toepassing van de hiervoor in 4.3.1 vermelde bijlage I, post 5, met betrekking tot het leerlingenvervoer optreedt als belastingplichtige in de zin van BTW-richtlijn 2006 dient derhalve eerst de vraag te worden beantwoord of belanghebbendes werkzaamheden met betrekking tot het leerlingenvervoer economische activiteiten zijn in de zin van BTW-richtlijn 2006.