Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Het tweede middel
4.Slotsom
5.Beslissing
11 november 2014.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch wegens grooming, strafbaar gesteld in art. 248e Sr. Verdachte had via internetcontact met een 11-jarig meisje ontmoetingen voorgesteld met het oogmerk ontuchtige handelingen te plegen en daarbij concrete tijdstippen en plaatsen genoemd.
Het hof oordeelde dat verdachte voldoende handelingen had verricht gericht op het verwezenlijken van de ontmoeting, zoals aandringen op snelle afspraken, het geven van zijn telefoonnummer en het onder druk zetten van het slachtoffer. Dit oordeel werd door de Hoge Raad bevestigd als niet onbegrijpelijk en niet onjuist.
De Hoge Raad benadrukte dat voor strafbaarheid grooming meer vereist is dan alleen communicatie; er moet sprake zijn van een voorstel voor een ontmoeting en handelingen gericht op de realisatie daarvan. De strafbepaling is ingevoerd ter bescherming van minderjarigen tegen seksuele uitbuiting via internet.
Daarnaast werd geoordeeld dat de redelijke termijn in cassatie was overschreden, wat leidde tot vermindering van de gevangenisstraf van vijftien maanden naar veertien maanden en twee weken, waarvan zeven maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
Het beroep werd verder verworpen en het arrest van het hof werd in stand gelaten wat betreft de bewezenverklaring en strafbaarheid.
Uitkomst: De gevangenisstraf is verminderd tot veertien maanden en twee weken, waarvan zeven maanden voorwaardelijk, wegens termijnoverschrijding; strafbaarheid grooming bevestigd.