Bloed uit de dijbeenader (femoraalbloed) is het meest geschikte onderzoeksmateriaal om concentraties van stoffen in te bepalen waardoor een indruk kan worden verkregen van de effecten van een stof vlak voor het overlijden.
Oxycodon is een opiaat. Oxycodon wordt toegepast bij de behandeling van chronische hevig pijn of bij acute hevige postoperatieve pijn. Werkzame concentraties oxycodon in bloed liggen doorgaans tussen ongeveer 0,026 en 0,065 mg/1. Toxische effecten kunnen optreden bij bloedconcentraties van oxycodon hoger dan 0,26 mg/1.
In het femoraalbloed van [slachtoffer] is een concentratie van oxycodon gemeten die veel hoger is dan bij therapeutisch gebruik. Oxycodon is ook aangetoond in de pil uit de mond.
Conclusie:
In het lichaamsmateriaal van [slachtoffer] zijn oxycodon, omzettingsproducten daarvan en paracetamol aangetoond. In de pil uit de mond is ook oxycodon aangetoond. In het haar van [slachtoffer] is oxycodon aangetoond in een concentratie die past bij incidenteel gebruik (geen gewenning aan oxycodon). Op grond van de in het femoraalbloed gemeten concentratie van oxycodon en de resultaten van het haaronderzoek kan het overlijden van [slachtoffer] worden verklaard, bij uitsluiting van een betere doodsoorzaak.
5. Een geschrift, zijnde een rapport betreffende pathologie onderzoek naar aanleiding van een mogelijk niet natuurlijke dood, opgemaakt door dr. V. Soerdjbalie-Maikoe
,als arts en patholoog verbonden aan het Nederlands Forensisch Instituut, van 13 september 2016 (Algemeen dossier, pag A31 e.v.).
Dit rapport houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als verklaring van deskundige Soerdjbalie-Maikoe:
Conclusie
Bij sectie op het lichaam van [slachtoffer] , oud 80 jaren, kan het overlijden worden verklaard op toxicologische gronden, namelijk de gemeten concentratie van oxycodon.
6. De verklaring van de deskundige dr. V. Soerdjbalie-Maikoe
,als arts en patholoog verbonden aan het Nederlands Forensisch Instituut, afgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg (proces verbaal terechtzitting van 22 en 23 februari 2018 en 1 maart 2018).
Deze verklaring houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
Bij sectie kun je op grond van bevindingen met een zekere mate van waarschijnlijkheid iets zeggen over de conditie van het lichaam bij leven. In dit geval waren er geen afwijkingen van betekenis die konden duiden op een ziekelijke toestand. Er zijn geen tekenen van ondervoeding of uitdroging aangetroffen. Het lichaam van [slachtoffer] was een volstrekt normaal lichaam. De afwijkingen aan de organen waren nauwelijks van betekenis.
Het ging hier (het hof begrijpt: het gewicht van het hart) niet om substantieel meer gewicht dan de normale waarde. Gelet op de dikte van de hartspieren in combinatie met het gewicht van het hart van [slachtoffer] was dit een normaal hart (het hof begrijpt: geen vergroot hart).
7. Een geschrift, zijnde een schriftelijk commentaar inzake het overlijden van [slachtoffer] van 21 november 2019
,opgemaakt door dr. F.R.W. van de Goot
,als arts en patholoog verbonden aan het Centrum voor Forensische Pathologie (los gevoegd).
Dit schriftelijk commentaar houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als verklaring van deskundige Van de Goot:
Er was geen vergroot hart.
Nu blijkt dat er bij uitgebreider onderzoek (het hof begrijpt: van het NFI) wel sprake is van een toxicologische aanwezigheid kan gerust worden teruggevallen op de oorspronkelijke conclusie van de afdeling toxicologie van het NFI waarin aangegeven wordt dat de aanwezige oxycodon tezamen met een pre-existente cardiale belasting het overlijden heeft veroorzaakt/kan hebben veroorzaakt.
8. De verklaring van de deskundige dr. A. Dahan, hoogleraar anesthesiologie van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC), afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 27 november 2019.
Deze verklaring houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
Het klopt dat ik bij de berekening ben uitgegaan van plasmaconcentratie. Als de 0,35 milligram wordt gedeeld door 1,3 kom je uit op 0,27 milligram.
Vervolgens heb ik de hele analyse opnieuw gedaan en ik ben daar bij uitgegaan van data die ik heb verkregen uit eigen experimenten (‘data on file’). Ik heb experimenten gedaan met vrijwilligers. In de experimenten heb ik de vrijwilligers oxycodon gegeven en heb ik de concentratie in het bloed gemeten over de tijd. Van daaruit ben ik terug gaan redeneren hoeveel milligram noodzakelijk is geweest om die concentraties te bereiken. Daarnaast heb ik in het vonnis de karakteristieken gelezen van de persoon waar het hier om gaat. Een persoon van 80 jaren oud, een gewicht van 47 kilogram die in een situatie zat waarin ze niets at of dronk de laatste paar dagen van haar leven. Toen ben ik terug gaan redeneren. De eerste stap daarbij is dat alle bepalingen/metingen in de literatuur uitgaan van personen van 80 à 90 kilogram. De tweede stap is kijken naar de omstandigheid dat een persoon een tijd lang niet heeft gegeten of heeft gedronken, wellicht had ze een slechte nierfunctie. De leeftijd speelt ook een rol, met name op de nierfunctie. Mijn nieuwe berekening is zo’n 30 of 40
%minder dan de oude berekening. Ik heb de stap toegevoegd waarop ik kritiek heb gehad, namelijk dat ik ben uitgegaan van plasma. En met deze nieuwe berekening kwam ik uit op zo’n 40 tot 80 milligram oxycodon. Ik kan u zeggen dat 350 nanogram per ml veel is.
U vraagt mij of ik iets kan zeggen over het tijdstip van toedienen van de oxycodon. Ik heb zelf nagedacht aan de hand van de concentraties wat het moment van overlijden zou kunnen zijn geweest. Ik ben er intussen ook vanuit gegaan dat alle oxycodon in één keer is toegediend in plaats van sequentieel, zoals ik aanvankelijk in het rapport had opgenomen. Ik geloof niet dat ze de tabletten sequentieel heeft ingenomen, omdat ze dan eerder zou zijn overleden en de concentratie dan niet zo hoog had kunnen worden. Ik denk dat ze na 1 tot 6 uur na toediening van de oxycodon is overleden. De lethale dosis oxycodon is lager dan de dosis die is geconstateerd bij [slachtoffer] . Als je het sequentieel inneemt, dan bereik je al eerder een dosis die tot de dood leidt. Uitgaande van het scenario dat ze is overleden aan deze hoeveelheid oxycodon, meen ik dat ze in dat geval - gelet op de hoge concentratie - alles in korte tijd in één keer heeft ingenomen. In het scenario dat ze elk uur een tablet in zou nemen, zou al eerder een mogelijk lethale concentratie zijn bereikt.
9. De verklaring van de deskundige dr. K.J. Lusthof, ten tijde van het afleggen van deze verklaring als toxicoloog verbonden aan het Nederlands Forensisch Instituut, afgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg (proces-verbaal ter terechtzitting van 22 en 23 februari 2018 en 1 maart 2018, p. 15, 16 en 18).
Deze verklaring houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
De concentratie oxycodon in het bloed van [slachtoffer] was duidelijk veel hoger dan de therapeutische waarde. De pil in de mond was nog niet in het bloed opgenomen. Het is niet mogelijk dat [slachtoffer] binnen een uur na binnenkrijgen van de oxycodon is overleden.
10. De verklaring van de deskundige dr. E.J.M. Pennings, toxicoloog bij The Maastricht Forensic Institute, afgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg (proces-verbaal ter terechtzitting van 22 en 23 februari 2018 en 1 maart 2018, p. 16).
Deze verklaring houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
Mijns inziens is het niet mogelijk dat een gedeelte van de oxycodon uit de pil in de mond reeds in het bloed was opgenomen en dat dit de concentratie oxycodon in het bloed heeft veroorzaakt.
11. De verklaring van de deskundige R. Oosting, als apotheker-toxicoloog verbonden aan het Nederlands Forensisch Instituut, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep op 27 november 2019.
Deze verklaring houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
Ik ga mee in de ter terechtzitting afgelegde verklaring van mijn voorganger, dr. Lusthof, inhoudende dat hij uitsluit dat [slachtoffer] binnen één uur na inname van de oxycodon is overleden. Daarnaast sluit ik me aan bij Dahan wanneer hij meent dat [slachtoffer] tussen de één en zes uren na indiening is overleden.
12. Een proces-verbaal van bevindingen van 22 juli 2016, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 6] (Algemeen dossier, pagina A 80 e.v.).
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als verklaring van de verbalisant
:
Op 18 juli 2016 heeft forensisch arts dr. M. Hollmann contact gehad met de apotheek van het Medisch Centrum Oost, de huisarts van [slachtoffer] en de apotheek van het Onze lieve Vrouwen Gasthuis. Volgens dr. Hollmann heeft geen van de apotheken noch de huisarts na de opname van [slachtoffer] in het Onze Lieve Vrouwen Gasthuis in Amsterdam in verband met een bekkenfractuur in maart 2016 Oxynorm/Oxycodon voorgeschreven aan [slachtoffer] . Volgens Hollmann is het ondenkbaar dat dit medicijn voorgeschreven wordt door een noodapotheek. Dit medicijn wordt uitsluitend op naam verstrekt daar het een potentieel dodelijk middel betreft.
13. Een proces-verbaal van verhoor van getuige [betrokkene 4] van 12 juni 2016, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 5] en [verbalisant 6] (Getuigendossier, pagina G 1 e.v.).
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als verklaring van de getuige [betrokkene 4] :
Nadat mijn relatie was overgegaan heb ik in [A] en andere opvang verbleven. In februari 2014 zei [verdachte] (het hof begrijpt: verdachte [verdachte] ) tegen mij dat de etage boven zijn moeder leeg was. Ik mocht dus op de bovenverdieping wonen met als voorwaarde dat ik een oogje in het zeil zou houden bij zijn moeder, [slachtoffer] (het hof begrijpt: [slachtoffer] ). Ik moest ook opletten dat de broer van [verdachte] , [betrokkene 2] daar niet kwam. Om 20.30 uur (het hof begrijpt op 11 juni 2016) heb ik haar (het hof begrijpt: [slachtoffer] ) naar bed gebracht. Om 03.00 uur hoorde ik haar heel hard snurken. Haar deur stond ook open. Zo had ik haar niet naar bed gebracht. Ik zag twee kussens onder haar hoofd liggen. Er is dus tussen 21:00 en 03:00 uur iemand in de woning geweest. Om 05:00 uur werd ik wakker en liep ik naar beneden. Ik zag dat [betrokkene 1] binnenkwam. We zijn toen samen naar Riet gaan kijken en toen zag ik haar liggen en dacht direct dat het niet normaal was. Ik zei tegen [betrokkene 1] dat ik dacht dat ze dood was.
14. Een proces-verbaal van verhoor getuige. [betrokkene 4] van 16 november 2016, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 7] en [verbalisant 8] (Getuigendossier, pagina G 5 e.v.).
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als verklaring van de getuige [betrokkene 4] , afgelegd op 26 oktober 2016:
Iedere ochtend moest ik haar (het hof begrijpt: [slachtoffer] ) vitamientjes geven voor het ontbijt. Dat zetten [verdachte] en [betrokkene 1] in een potje [klaar]. Elke dag hetzelfde maar verschillende kleurtjes. Groen geel weetje wel, vitamine, vitamine c en dat is voor de plas. De laatste tijd kon ze (het hof begrijpt: [slachtoffer] ) niet meer zelfstandig haar bed uitkomen. Ze viel ook van het bed en kon niet meer opstaan.
15. Een proces-verbaal van verhoor getuige [betrokkene 5] van 17 november 2016, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 9] en [verbalisant 10] (Getuigendossier, pagina G 119 e.v.).
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als verklaring van de getuige [betrokkene 5] :
Mijn roepnaam is [betrokkene 5] . Ik woon op [b-straat 1] in Amsterdam. Mijn tuin, de tuin van [verdachte] en [betrokkene 1] (het hof begrijpt: verdachten [verdachte] en [betrokkene 1] ) en de tuin van [slachtoffer] kwamen bij elkaar. [verdachte] en [betrokkene 1] konden via de tuin doorlopen naar [slachtoffer] . Ik maak sinds 1990 deel uit van de familie. Ik had een relatie met de broer van [verdachte] . Hij is in 2008 overleden. [slachtoffer] zag ik bijna dagelijks. Ze at twee keer per week bij mij.
Alleen de laatste maand omdat ze al zo moeilijk liep en ze at heel weinig bracht ik het eten naar haar, want het was altijd zo’n gedoe om haar weer bij mij te krijgen.
16. Een proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] van 31 januari 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 11] en [verbalisant 12] (Getuigendossier, pagina G 202 e.v.).
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als verklaring van de getuige [getuige 1] :
Van 28 mei tot en met 3 juni 2016 heeft mw [slachtoffer] samen met haar schoondochter [betrokkene 5] in een hotel van het Leger des Heils in [plaats] verbleven. Haar voeten gaven tekenen van necrotische hielen.
17. Een proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] van 7 februari 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 13] en [verbalisant 14] (Getuigendossier, pagina G 210 e.v.).
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als verklaring van de getuige [getuige 2] :
Ik heb gekeken naar haar voeten en zag dat bij beide hakken het weefstel aan het afsterven was.
18. Een geschrift, zijnde rapportageregels van 01-05-2016 t/m 30-01-2017 met betrekking tot [slachtoffer] (getuigendossier pagina G 205 ev).
Deze rapportage regels houden in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
29-05-2016: [slachtoffer] : Lopen gaat moeizaam
30-05-2016: [slachtoffer] : Mw loopt zeer moeizaam, gelukkig is schoondochter erbij die kan helpen
31-05-2016: [slachtoffer] : Bij het lopen naar badkamer en weer terug, mw bij beide handen vasthouden, zelf achteruit lopen en mw proberen naar je te laten kijken.
19. Een proces-verbaal van bevindingen van 14 december 2016, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 15] (Persoonsdossier, pagina P2, 29 ).
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven als verklaring van de verbalisant:
Het antwoord van Delta Loyd op de vraag, of [slachtoffer] in de laatste 5 jaar morfine of morfine gerelateerde producten heeft gedeclareerd, is:
In de periode van 15 juli 2011 tot en met 12 juni 2016 is er voor [slachtoffer] , geboortedatum [geboortedatum] 1935, geen morfine of morfine gerelateerde producten gedeclareerd.
20. Een proces-verbaal van verhoor verdachte S. [betrokkene 1] van 12 juni 2016, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 5] en [verbalisant 6] (Persoonsdossier, pagina P1, 33 e.v.).
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als verklaring van de verdachte [betrokkene 1] :
Op 12 juni 2016 rond een uur of kwart over vijf werd ik wakker en toen ben ik naar mijn schoonmoeder gegaan want die tuinen die grenzen aan elkaar en toen kwam ik in de keuken binnen en toen stond [betrokkene 4] (het hof begrijpt, hier en verder: [betrokkene 4] ) daar. We hebben toen met zijn tweeën gekeken en toen was mijn schoonmoeder er niet meer. Ze kreeg pijnstillers voor haar hielen, paracetamol. [verdachte] gaat altijd voordat ie naar bed gaat, gaat ie even kijken, dus dat is rond een uur of tien. Toen kwam ie naar huis.
21. Een proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] van 12 juni 2016, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 16] en [verbalisant 17] (Persoonsdossier, pagina P2, 30 e.v.).
Dit proces-verbaal houdt in, voor zóver van belang en zakelijk weergegeven, als verklaring van de verdachte [verdachte] :
Vraag verbalisanten: wat heeft u gedaan tussen gisterenavond 21.00 uur en 6.00 uur vanochtend
Verdachte: Ik ben om 22.00 uur even bij mijn moeder wezen kijken en vanmorgen om 5.15 uur werd ik wakker gemaakt door mijn vrouw dat ze was overleden.
22. Een geschrift, zijnde een schriftelijke uitwerking van het OVC-gesprek van 27 oktober 2016 (Algemeen dossier, p. A150 e.v.).
Dit ovc-gesprek houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
[AG: inhoud hier niet opnieuw opgenomen; zie onder randnummer 14]
23. De verklaring van de verdachte [verdachte] , afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 27 november 2019.
Deze verklaring houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
Die zaterdagochtend (het hof begrijpt: op 11 juni 2016) heb ik haar bij het ontbijt twee paracetamol gegeven, die ik in tweeën had gebroken en met wat vloeistof heb gegeven. Rond tien uur in de avond ben ik nog even bij m’n moeder gaan kijken.
24. De verklaring van de getuige [betrokkene 1] , afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 27 november 2019.
Deze verklaring houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
Zaterdagmiddag, voordat we de boot hadden gekocht, ben ik nog bij mijn schoonmoeder geweest. Rond kwart over vijf in de ochtend (het hof begrijpt: de volgende morgen) werd ik wakker. Ik ben toen naar haar toe gegaan. Toen ik bij het huis van mijn schoonmoeder kwam, stond [betrokkene 4] beneden in de keuken. We zijn toen samen naar mijn schoonmoeder gegaan. [betrokkene 4] dook direct bij haar op bed en zei dat ze dood was.
Ik maakte een doosje met vitaminen en papaver klaar en gaf dit doosje aan [betrokkene 4] . Ik haalde de vitaminen en supplementen bij de Etos en De Tuinen. De heb nooit oxycodon in het pillendoosje van mijn schoonmoeder gedaan. [betrokkene 4] gaf de door mij klaar gezette pillen in de ochtend aan mijn schoonmoeder.
25. Eigen waarneming van het hof: Op de foto’s (Algemeen dossier, pagina A19) - van de slaapkamer van [slachtoffer] , terwijl zij dood op bed ligt - is op de nachtkastjes geen glas (water) zichtbaar.
De hiervoor vermelde bewijsmiddelen, voor zover het een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef, onder 5° van het Wetboek van Strafvordering betreft, zijn telkens slechts gebezigd in verband met de inhoud van de andere bewijsmiddelen.”