Conclusie
“Bijzondere overwegingen omtrent grooming
Overwegingen omtrent het bewijs
“waren gericht op het verwezenlijken van de voorgestelde ontmoeting”geen blijk gaf van een onjuiste rechtsopvatting en niet onbegrijpelijk was. [10] Uit deze arresten is in de literatuur wel afgeleid dat voor het ‘voorstellen van een ontmoeting’ niet is vereist dat sprake is van aanbod en aanvaarding, en zelfs niet dat het eenzijdige voorstel één bepaald tijdstip betreft, alsmede dat het op uiteenlopende wijze persisteren in het voorstellen van een concrete ontmoeting in zijn algemeenheid beide componenten van de delictsgedraging, te weten het voorstellen van de ontmoeting en het verrichten van een handeling gericht op de verwezenlijking van die ontmoeting, lijkt te vervullen. [11]
“hij [de verdachte, D.P.] probeerde [slachtoffer] een beetje te misleiden door afspraakjes met hem te maken. Het doel van die afspraakjes was om seks te hebben met [slachtoffer] .”(bewijsmiddel 1);
wanneer kun je” en geeft zelf aan “
weekend” te kunnen. De verdachte appt later “
zaterdag overdag?” en “
Vrijdag avond ben ik ook alleen”. Als het slachtoffer uiteindelijk antwoordt dan te kunnen, appt de verdachte “
Oke kan je ophalen waar woon je ook alweer”. Het slachtoffer antwoordt daarop dat hij in [woonplaats] woont en vraagt of de verdachte in [woonplaats] woont, hetgeen wordt bevestigd door de verdachte. Daarop appt de verdachte “
Kan je oppikken winkelcentrum”. Daarop antwoordt het kind: “
kan”. Na een paar seksueel getinte berichten vraagt de verdachte nogmaals “
vr of za”, “
Hoop dat je kunt” en tot twee keer toe, vlak na elkaar, “
wanneer hoor ik dat”. Daarna wisselen ze voornamelijk seksueel getinte berichten uit, hebben het over de (reeds bij beiden bekende) omstandigheid dat het kind bijna 15 jaar oud en de verdachte 49 jaar oud is en schrijven ze bij herhaling dat ze elkaar graag willen zien. (bewijsmiddel 3);
“Ik heb gevraagd hoe oud hij is. Hij zei toen ‘15’. Daar is mijn grootste fout, want dat had ik toen moeten afkappen. Voordat ik het wist ging het al over afspreken en om iets leuks te doen. Ik vroeg waar hij woonde, ik zei dat hij in [woonplaats] woonde. Ik gaf aan dat daar een mooi winkelcentrum was.”Voorts heeft de verdachte verklaard: “
(…) op een gegeven moment spraken we over afspreken toen vroeg hij waar we dan konden afspreken. Ik stelde voor bij het winkelcentrum. Dat kende hij niet. Hierop stuurde ik dat dit vlakbij de kermis was.”Over het afspreken met het slachtoffer verklaart de verdachte dat hij stuurde
“ik kan vrijdag”. Tot slot houdt de verbalisant de verdachte voor dat ook nadat de verdachte erachter kwam dat het slachtoffer bijna 15 jaar oud is, hij nog steeds met hem wilde afspreken en dat het initiatief daartoe van de verdachte vandaan kwam. De verdachte verklaart
“Daar blijf ik bij… het is zo doorgeslagen, het had echt niet zo moeten komen.”(bewijsmiddel 4).
‘een voorstel voor een ontmoeting en het verrichten van handelingen gericht op het realiseren van die ontmoeting’acht ik, gezien ’s hofs vaststellingen hieromtrent, niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. Uit de vaststellingen van het hof volgt immers dat de verdachte om het telefoonnummer van het slachtoffer heeft gevraagd om via WhatsApp zijn gaan communiceren. De verdachte initieert daarop een afspraak met het slachtoffer én geeft aan dat hij hem met de auto kan komen halen, dat zij kunnen afspreken bij een winkelcentrum in de stad waar het slachtoffer woont en geeft voorts aan dat die afspraak diezelfde week op vrijdag of zaterdag plaats zou kunnen vinden. Ook dringt hij er bij het slachtoffer meerdere malen en in verschillende bewoordingen op aan elkaar vrijdag of zaterdag daadwerkelijk te gaan ontmoeten. Voor zover voorts het derde middel klaagt dat niet blijkt dat de verdachte het slachtoffer onder druk heeft gezet, kan het dan ook niet slagen.