Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
25 november 2014.
Hoge Raad
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot vijf weken gevangenisstraf wegens diefstal door twee of meer verenigde personen. In hoger beroep werd hij niet-ontvankelijk verklaard. De raadsman van de verdachte verzocht kort voor de zitting om aanhouding van de behandeling vanwege zijn deelname aan een landelijke staking van strafrechtadvocaten, waarbij hij zich beriep op het stakingsrecht en het recht van de verdachte op bijstand door een raadsman van zijn keuze.
Het Hof Arnhem-Leeuwarden wees dit verzoek af, waarbij het alleen het belang van de raadsman om te staken afwoog tegen het belang van een voortvarende afdoening van de zaak. De Hoge Raad oordeelde dat het hof niet de vereiste belangenafweging had gemaakt, met name het recht van de verdachte op rechtsbijstand door een raadsman van zijn keuze was niet betrokken in de motivering.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting. Dit arrest bevestigt het belang van een volledige belangenafweging bij verzoeken tot aanhouding, waarbij het belang van de verdachte centraal staat.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest en wijst zaak terug wegens ontoereikende motivering afwijzing verzoek aanhouding.