ECLI:NL:HR:2014:3451

Hoge Raad

Datum uitspraak
28 november 2014
Publicatiedatum
27 november 2014
Zaaknummer
13/05310
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 6:89 BWArt. 7:23 BWArt. 21 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in civiele procedure over klachtplicht en waarheidsplicht

In deze civiele procedure stond de klachtplicht en de waarheidsplicht centraal. Eiser had beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 16 juli 2013, dat een eerdere uitspraak van de rechtbank Utrecht bevestigde. De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen en arresten die de feitelijke grondslag vormen.

De Hoge Raad oordeelde dat de in het middel aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden. Gezien artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de Rechterlijke Organisatie (RO) was geen nadere motivering vereist omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Het beroep van eiser werd verworpen en hij werd veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. Dit arrest werd gewezen door de raadsheren Streefkerk, Heisterkamp en Drion en in het openbaar uitgesproken door raadsheer de Groot op 28 november 2014.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en hij wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.

Uitspraak

28 november 2014
Eerste Kamer
nr. 13/05310
LH/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt,
t e g e n
[verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. J.H.M. van Swaaij.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerder].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 293034/HA ZA 10-1991 van de rechtbank Utrecht van 3 november 2010, 27 april 2011 en 4 juli 2012;
b. de arresten in de zaak 200.112.808 van het gerechtshof Arnhem van 6 november 2012 en van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 16 juli 2013.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof van 16 juli 2013 heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 17 oktober 2014 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 1.933,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
28 november 2014.