Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
18 februari 2014.
Hoge Raad
De verdachte, geboren in 1947, stelde cassatieberoep in tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin hij werd veroordeeld voor medeplegen van moord. Het cassatieberoep werd ingediend door zijn advocaten, mr. S.R. Bordewijk en mr. A.A. Franken. De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee concludeerde tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het beroep werd derhalve verworpen.
Het arrest werd gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en V. van den Brink, en uitgesproken in een openbare terechtzitting op 18 februari 2014.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor medeplegen van moord.