Conclusie
eerste middelklaagt ten aanzien van feit 1 subsidiair. en 2. in de zaak met parketnummer 07-620429-08 dat het bewezenverklaarde medeplegen noch kan worden afgeleid uit de gebezigde bewijsmiddelen, noch uit de bewijsoverwegingen van het Hof.
tweede middelbevat ten aanzien van de bewezenverklaring van feit 1 subsidiair. in de zaak met parketnummer 07-620429-08 de klacht dat het Hof ten onrechte de verklaring van [medeverdachte 2] voor het bewijs heeft gebruikt, terwijl de verdediging niet op enig moment in de strafprocedure de gelegenheid heeft gehad om [medeverdachte 2] te ondervragen en de bewezenverklaring wat betreft het plan om [slachtoffer 1] van het leven te beroven enkel op de door haar bij de politie afgelegde verklaringen rust.
vierde middelklaagt dat het onder 3 bewezenverklaarde in de zaak met parketnummer 07-620429-08 voor zover inhoudende dat de verdachte met voorbedachte raad heeft gehandeld, ontoereikend is gemotiveerd.
- Op 16 oktober 2008, twee dagen nadat [slachtoffer 1] is doodgeschoten, is [slachtoffer 2] om het leven gebracht door vuurwapengeweld. Dit vuurwapengeweld heeft zich afgespeeld in de groentezaak/toko [A] van de verdachte aan de Bolderweg 50 in Almere;
- De verdachte heeft samen met medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] tevoren het plan gesmeed om [slachtoffer 2] om het leven te brengen. Dit om definitief een einde te maken aan het afpersen van de verdachte door [slachtoffer 2] (motief). De verdachte heeft in september 2008 aan [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] te kennen gegeven het niet meer aan te kunnen dat hij door twee personen (te weten [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] ) werd afgeperst. [medeverdachte 1] wond zich hierover nogal op, reageerde heel agressief en bood [verdachte] zijn hulp aan (zie de bewijsmiddelen 7, 10 , 11 en 13);
- Om het plan te kunnen uitvoeren zijn de verdachte en [medeverdachte 1] op zoek gegaan naar een vuurwapen. [medeverdachte 2] zou ene [betrokkene 8] kennen die aan een vuurwapen kon komen;
- Op 16 oktober 2008 zijn er betalingsproblemen tussen de verdachte en [slachtoffer 2] . [slachtoffer 2] wil geld zien en de verdachte is daar erg nerveus over en vermijdt het contact met [slachtoffer 2] ;
- De verdachte gaat samen met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] naar zijn toko in Almere, in de wetenschap dat [slachtoffer 2] die avond nog zal komen om geld van de verdachte te innen.
- Wanneer zij aankomen bij de toko worden drie werkzame illegalen door de verdachte naar achteren gestuurd en één van hen hoort de verdachte zeggen dat er een probleem zal komen;
- [medeverdachte 2] houdt zich op in de kantoorruimte van de toko en de verdachte en [medeverdachte 1] bevinden zijn ergens in of bij de toko;
- Als [slachtoffer 2] ook in de toko arriveert, wordt hij door [medeverdachte 2] opgevangen. [medeverdachte 2] misleidt [slachtoffer 2] door hem telkens mede te delen dat de verdachte in de buurt is en er zo aan zal komen, terwijl uit niets blijkt dat dat het geval zal zijn, nu de verdachte [slachtoffer 2] juist niet onder ogen wilde komen;
- [slachtoffer 2] vertrekt op enig moment, maar komt snel weer terug naar de toko. Op dat moment krijgt [medeverdachte 2] een sms-bericht van de verdachte afkomstig van [slachtoffer 2] doorgestuurd met de strekking dat er problemen zullen komen als de verdachte niet snel tevoorschijn komt;
- Aan het voorgenomen plan wordt vervolgens uitvoering gegeven door [medeverdachte 1] : hij schiet enkele minuten daarna [slachtoffer 2] dood;
- [medeverdachte 1] heeft vervolgens samen met anderen, die daartoe opdracht kregen van de verdachte, de sporen van het misdrijf gewist en het lijk van [slachtoffer 2] weggevoerd van de plaats delict. De verdachte heeft zelf met een brandslang de straat bij het rolluik van zijn winkel schoongespoten (zie bewijsmiddel 24). Er is aldus sprake van een mede door de verdachte geregisseerde brute liquidatie en afwikkeling van de liquidatie die onderdeel zijn geweest van het voorgenomen plan van de verdachte en [medeverdachte 1] om [slachtoffer 2] op gewelddadige wijze uit de weg te ruimen. Dat plan is op 16 oktober 2008 uitgevoerd, terwijl [medeverdachte 2] zich bij de uitvoering heeft aangesloten;
- De verdachte had de intentie om op gewelddadige wijze personen - onder wie [slachtoffer 2] - uit de weg te ruimen die hem afpersten en daaraan is uiteindelijk uitvoering gegeven.
derde middelklaagt ten aanzien van feit 3 in de zaak met parketnummer 07-620429-08 dat het bewezenverklaarde medeplegen noch kan worden afgeleid uit de gebezigde bewijsmiddelen, noch uit de bewijsoverwegingen van het Hof.
vijfde middelklaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.