Uitspraak
wonende te [woonplaats],
gevestigd te Houten,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van de wijze waarop de procedure in cassatie is ingeleid
4.Beslissing
12 december 2014.
Hoge Raad
In deze zaak gaat het om de juiste wijze van inleiding van een cassatieberoep in een dagvaardingsprocedure. Verzoekster was in hoger beroep gegaan tegen een vonnis van de kantonrechter, waarbij ONVZ een geldvordering had ingesteld. Bij het instellen van cassatie heeft verzoekster niet de vereiste dagvaarding gebruikt, maar een verzoekschrift.
De Hoge Raad verwijst naar eerdere uitspraken en stelt vast dat op grond van artikel 407 lid 1 Rv Pro het cassatieberoep in een dagvaardingsprocedure bij dagvaarding moet worden ingeleid. ONVZ heeft geen verweerschrift ingediend. De Advocaat-Generaal adviseert de procedure voort te zetten volgens de regels van de dagvaardingsprocedure.
De Hoge Raad beveelt verzoekster om ONVZ bij exploot aan te zeggen dat de zaak op de rolzitting zal worden behandeld, met inachtneming van de vormvoorschriften voor dagvaarding in cassatie. De zaak wordt aangewezen voor behandeling op 9 januari 2015. Hiermee wordt de procedure rechtens gecorrigeerd en voortgezet volgens de juiste procesregels.
Uitkomst: De Hoge Raad beveelt voortzetting van de cassatieprocedure volgens de regels van de dagvaardingsprocedure en stelt een roldatum vast.