Conclusie
Conclusie
Parket bij de Hoge Raad
Verzoekster tot cassatie had een ziektekostenverzekering bij ONVZ met een aanvullende tandartsverzekering. ONVZ vorderde betaling van eigen bijdragen en voorgeschoten tandheelkundige kosten. Na vonnis en arrest in eerste en tweede aanleg werd cassatie ingesteld via verzoekschrift, terwijl de juiste procedure via dagvaarding had moeten plaatsvinden.
De Hoge Raad constateert dat art. 69 lid 1 Rv Pro voorschrijft dat bij verkeerde rechtsingang de procedure kan worden verbeterd of aangevuld, zodat de procedure in de juiste vorm kan worden voortgezet. Dit betekent dat de cassatieprocedure alsnog volgens de dagvaardingsregels wordt behandeld, met behoud van de oorspronkelijke aanhangigheid.
De conclusie van de Procureur-Generaal strekt ertoe dat de procedure wordt voortgezet volgens de dagvaardingsprocedure, een roldatum wordt vastgesteld en verzoekster wordt gelast ONVZ tijdig aan te zeggen. Tevens wordt benadrukt dat de wisselbepaling niet mag worden gebruikt om nieuwe cassatiemiddelen in te brengen na het verstrijken van de termijn.
Uitkomst: De Hoge Raad beveelt voortzetting van de cassatieprocedure volgens de dagvaardingsprocedure met herstel van de verkeerde rechtsingang.