De erven en/of rechtverkrijgenden van betrokkene hebben een verzoek om wraking ingediend tegen de behandelend rechter in een hoger beroepszaak tegen de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Het verzoek is gedaan tijdens de zitting en nader toegelicht in een e-mail.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat wraking alleen mogelijk is op grond van feiten en omstandigheden die betrekking hebben op de persoon van de rechter die de zaak behandelt. Het verzoek richt zich echter op het gehele college van de Raad en niet op de individuele rechter. Bovendien moet een rechter worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij er uitzonderlijke omstandigheden zijn die het tegendeel bewijzen.
De aangevoerde grond dat de behandeling door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zou moeten plaatsvinden omdat deze terughoudender toetst, raakt niet de onpartijdigheid van de rechter. Daarom wordt het verzoek om wraking niet in behandeling genomen. Ook is er geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.