Uitspraak
18.4799 AW, 18/4800 AW, 18/4804 AW, 18/5638 AW
OVERWEGINGEN
1 januari 2013 van de Nationale Politie. Vanaf 3 december 2005 was appellant werkzaam als [functie 1] bij [bureau A.] . In die functie is hij in 2008 aangewezen als [functie 2] in het kader van de [team C. regio E.] . Per 1 januari 2012 is aan appellant de functie [functie 3] , salarisschaal 7, toegekend. Met ingang van 4 november 2013 is appellant naar [bureau B.] overgeplaatst. Bij uitspraak van 25 augustus 2016, (ECLI:NL:CRVB:2016:3215), zijn onder meer de toekenning van de functie [functie 3] en de overplaatsing in stand gelaten. Bij uitspraak van 7 november 2019, (ECLI:NL:CRVB:2019:3528), is het verzoek van appellant om herziening van de uitspraak van 25 augustus 2016 afgewezen.
18 november 2013 opnieuw ziekgemeld. Bij besluit van 18 juni 2014, zoals gewijzigd bij besluit van 29 juli 2014, (eerste kortingsbesluit) is op de bezoldiging van appellant met ingang van 3 juli 2014 een korting van 2% toegepast. Vervolgens is bij besluit van 7 oktober 2014 (tweede kortingsbesluit) de korting op de bezoldiging met ingang van 1 november 2014 vastgesteld op 10% en is bij besluit van 17 februari 2015 (derde kortingsbesluit) de korting op de bezoldiging met ingang van 1 december 2014 vastgesteld op 4% in verband met gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid. Appellant heeft tegen deze kortingsbesluiten bezwaar gemaakt.
12 november 2014 op voorstel van de korpschef een verzoek ingediend om zijn ziekte als beroepsziekte te erkennen. De PDC Politiepoli had op 27 februari 2014 een ernstige depressie bij appellant vastgesteld. De behandelend psychiater van appellant dr. R. Geisler heeft op
10 maart 2015 de diagnoses depressie en posttraumatisch stresssyndroom (PTSS) vastgesteld. Appellant heeft van zijn PTSS in juli 2015 melding gemaakt bij de bedrijfsarts en bij een lid van de korpsleiding.
4 november 2013, de datum waarop appellant is overgeplaatst naar [bureau B.] , concrete aanwijzingen te vinden waren voor een sociaal onveilige omgeving.
6.3.7. Appellant heeft tot slot aangevoerd dat de korpschef op zijn verzoek medische kosten heeft vergoed vanwege de depressie (en de PTSS), die niet door zijn zorgverzekeraar werden vergoed. Omdat ingevolge artikel 54 van Pro het Barp kosten van medische zorg worden vergoed als sprake is van een dienstongeval of een beroepsziekte ziet appellant in de betaling van de medische kosten de erkenning door de korpschef van de depressie als beroepsziekte. De korpschef heeft ter zitting meegedeeld dat de betaling van de medische kosten op voorspraak van de bedrijfsarts plaatsvond uit oogpunt van nazorg voor appellant. Omdat de korpschef bij de betalingen geen mededelingen heeft gedaan die wijzen op een erkenning van een beroepsziekte, merkt de Raad mede gelet op de toelichting van de korpschef ter zitting deze betalingen aan als coulance-betalingen. Deze betalingen houden geen erkenning in van de depressie als beroepsziekte.
PTSS
12 november 2014 om erkenning van zijn ziekte als beroepsziekte zijn bij de aangevallen uitspraken niet-ontvankelijk verklaard, omdat appellant geen procesbelang meer heeft nadat de korpschef de besluiten van 24 en 4 augustus 2016 had genomen en bij afzonderlijke besluiten de maximaal te betalen dwangsom wegens niet tijdig beslissen had toegekend. Appellant heeft aangevoerd dat hij wel procesbelang heeft, omdat hij door de zeer lange vertraging in de besluitvorming groot nadeel heeft geleden.
6 februari 2020. Daargelaten of er in die procedures afzonderlijk sprake is geweest van een overschrijding van de redelijke termijn, die ook bij het ontbreken van beslissingen op bezwaar eveneens vier jaar bedraagt, wordt naar vaste rechtspraak (uitspraak van
BESLISSING
- bevestigt aangevallen uitspraak 1;
- bevestigt aangevallen uitspraak 2;
- veroordeelt de korpschef tot betaling aan appellant van een vergoeding van schade tot een bedrag van € 2.000,-;
- bepaalt dat de korpschef het door appellant in hoger beroep betaalde griffierecht van € 253,-vergoedt;
- veroordeelt de korpschef in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 29,06,-.