Uitspraak
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Centrale Raad van Beroepvan 27 juni 2014, nr. 12/6138 AOW, betreffende een besluit van de Sociale verzekeringsbank ingevolge de Algemene ouderdomswet.
Hoge Raad
De zaak betreft een beroep in cassatie van een belanghebbende tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 27 juni 2014, betreffende een besluit van de Sociale Verzekeringsbank op grond van de Algemene ouderdomswet (AOW).
De Hoge Raad beoordeelt de ontvankelijkheid van het cassatieberoep en oordeelt dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit omdat de belanghebbende klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
Op basis van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na gehoord te hebben de Procureur-Generaal, verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Het arrest is uitgesproken op 19 december 2014 door de raadsheren C. Schaap (voorzitter), M.A. Fierstra en J. Wortel, in aanwezigheid van waarnemend griffier F. Treuren.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang of geen kans op cassatie.