Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Beoordeling van de middelen voor het overige
4.Beslissing
4 maart 2014.
Hoge Raad
In deze strafzaak stond de inzet van een specifiek verhoorprotocol centraal, waarbij een Nigeriaanse dominee en een ervaringsdeskundige werden ingezet bij het verhoor van vermeende slachtoffers van mensenhandel. Dit protocol had als doel de verklaringsbereidheid te vergroten en de betrouwbaarheid van verklaringen te verbeteren.
De verdediging voerde aan dat het gebruik van dit protocol zonder specifieke wettelijke grondslag onrechtmatig was en dat het Openbaar Ministerie (OM) ernstig tekort was geschoten in de controle op de uitvoering, wat zou moeten leiden tot niet-ontvankelijkheid van het OM of bewijsuitsluiting. De rechtbank en het hof oordeelden echter dat hoewel het OM tekort was geschoten in de controle, dit niet zodanig ernstig was dat het recht op een eerlijk proces was geschonden.
De Hoge Raad bevestigde dat de methode van inzet van de dominee en ervaringsdeskundige geen disproportionele inbreuk maakt op de rechten van de verdachte en geen specifieke wettelijke grondslag vereist. Tevens verwierp de Hoge Raad het beroep op niet-ontvankelijkheid en bewijsuitsluiting. Wel moet per slachtoffer worden onderzocht of de verklaringen betrouwbaar zijn, waarbij het hof deels tot vrijspraak kwam voor onderdelen met betrekking tot voodoo-praktijken.
Het arrest benadrukt het belang van strikte regie en controle bij het gebruik van externe partners in opsporingsonderzoeken en erkent de complexiteit van mensenhandelzaken waarbij culturele factoren een rol spelen.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt ontvankelijkheid OM en wijst bewijsuitsluiting af ondanks tekortkomingen in controle verhoorprotocol.