ECLI:NL:HR:2014:725

Hoge Raad

Datum uitspraak
28 maart 2014
Publicatiedatum
27 maart 2014
Zaaknummer
13/03583
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslagen loonbelasting

Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 11 juni 2013, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen de naheffingsaanslagen loonbelasting/premie volksverzekeringen over de jaren 1999 en 2000 had behandeld.

De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie is geen nadere motivering vereist, omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling opleveren.

Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest is gewezen door raadsheren Schaap, Fierstra en Groeneveld en in het openbaar uitgesproken op 28 maart 2014.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslagen worden bevestigd.

Uitspraak

28 maart 2014
Nr. 13/03583
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Arnhem-Leeuwardenvan 11 juni 2013, nr. 11/00228 en 11/00229, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank te Leeuwarden (nr. AWB 07/50 en AWB 07/51) betreffende de aan belanghebbende over de jaren 1999 en 2000 opgelegde naheffingsaanslagen in de loonbelasting/premie volksverzekeringen.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

2.Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 28 maart 2014.