Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
8 april 2014.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden van 27 juli 2012. Namens de verdachte heeft mr. J. Boksem een middel van cassatie voorgesteld. De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad heeft het middel beoordeeld en geoordeeld dat het niet tot cassatie kan leiden. Volgens artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering is geen nadere motivering vereist indien het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom heeft de Hoge Raad het beroep verworpen en het arrest van het Gerechtshof Leeuwarden bekrachtigd. De uitspraak is gedaan door raadsheer J. de Hullu als voorzitter, en raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in aanwezigheid van griffier S.P. Bakker.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen zonder nadere motivering.