Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Het eerste en het tweede middel
3.Het derde middel
Feit 1: het opzet van de verdachte
NJ2019/103, m.nt. Wolswijk heeft de Hoge Raad daarnaast het volgende overwogen:
nadathet slachtoffer al een ‘vliegende karatetrap’ had gekregen van een ander persoon en hij hierdoor roerloos en knockout, op de grond lag. Dat het hof van oordeel is dat onder deze omstandigheden de kans dat het slachtoffer dodelijk letsel zou oplopen door de schop naar algemene ervaringsregels als aannemelijk is te beschouwen en de verdachte deze kans ook heeft aanvaard, acht ik dan ook allerminst onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. [6]