ECLI:NL:HR:2015:1069

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 april 2015
Publicatiedatum
16 april 2015
Zaaknummer
14/00445
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 22 lid 3 Invorderingswet 1990Art. 22.8.10 Leidraad Invordering 2008
Verwijzingen
5 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt executoriaal beslag op gepachte inventaris ondanks eigendom derde

In deze zaak stond de vraag centraal of executoriaal beslag door de ontvanger van de Belastingdienst op een gepachte inventaris voor een loonbelastingschuld terecht was, ondanks dat de reële eigendom bij een derde lag.

De rechtbank Amsterdam en het gerechtshof Amsterdam hadden eerder geoordeeld over de rechtmatigheid van het beslag. De ontvanger stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof, terwijl de verweerster voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep instelde.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de ontvanger niet tot cassatie konden leiden en verwierp het beroep zonder nadere motivering, omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Het voorwaardelijk incidentele beroep werd daarmee niet behandeld.

De Hoge Raad veroordeelde de ontvanger tot betaling van de proceskosten aan de zijde van de verweerster. Het arrest werd uitgesproken door raadsheer G. de Groot namens de kamer onder voorzitterschap van A.M.J. van Buchem-Spapens.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van de ontvanger en bevestigt het arrest van het gerechtshof Amsterdam.

Uitspraak

17 april 2015
Eerste Kamer
14/00445
LZ/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
DE ONTVANGER VAN DE BELASTINGDIENST/MIDDEN- EN KLEINBEDRIJF,
kantoorhoudende te Amsterdam,
EISER tot cassatie, verweerder in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. J.W.H. van Wijk,
t e g e n
[verweerster],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. Y.E.J. Geradts.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de Ontvanger en [verweerster].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 505056/HA ZA 11-2766 van de rechtbank Amsterdam van 22 februari 2012 en 14 november 2012;
b. het arrest in de zaak 200.125.499/01 van het gerechtshof Amsterdam van 8 oktober 2013.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft de Ontvanger beroep in cassatie ingesteld. [verweerster] heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor de Ontvanger mede door mr. G.C. Nieuwland.
De conclusie van de waarnemend Advocaat-Generaal A. Hammerstein strekt tot verwerping van het principaal beroep.
De advocaat van de Ontvanger heeft bij brief van 27 februari 2015 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel in het principale beroep

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het principale beroep;
veroordeelt de Ontvanger in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 841,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
17 april 2015.