Conclusie
koelerin bruikleen neemt wordt de koeler volledig gevuld met CCE-dranken wanneer (i) de consumenten in het verkooppunt geen rechtstreekse toegang heeft tot de koeler of wanneer (ii) er naast de koeler in het verkooppunt nog andere koelruimte aanwezig is die geschikt is voor andere koolzuurhoudende dranken dan diegene die door Coca-Cola Enterprises (CCE) worden vercommercialiseerd en waartoe de consument rechtstreeks toegang heeft. Wanneer, in een verkooppunt, er geen andere koelruimte aanwezig is die geschikt is voor andere koolzuurhoudende drank dan diegene die door CCE worden vercommercialiseerd en waartoe de consument rechtstreekse toegang heeft, dan kan 20% van de koelruimte in de koeler door de Klant gebruikt worden voor niet- CCE producten. In dit laatste geval geldt dat indien de koeler van schappen is voorzien, de 20% van de koelruimte die voor niet CCE producten kan worden benut vanaf het onderste schap wordt berekend.
drankenautomaatin bruikleen neemt, zullen alle schachten worden benut ten behoeve van CCE-dranken.
fountain apparatuurin bruikleen neemt, zal de Klant alle tapkranen benutten ten behoeve van CCE-dranken.”
B. Apparatuur
Annex IIIbij deze Overeenkomst, al dan niet gewijzigd door CCE-NL op grond van haar recht uit artikel 6.4 van deze Overeenkomst.
2.Bespreking van het cassatiemiddel
onderdeel 1luidt dat de rechtbank blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door uit te gaan van (één of meer) aanvullende eisen voor toepasselijkheid van de afnamebedingregel (kort gezegd: profijt en medeverantwoordelijkheid) en dat de rechtbank een onjuiste uitleg heeft gegeven aan (inhoud, doel en strekking van) art. 22.8.10 Leidraad Invordering (in verbinding met art. 22 lid 3 Iw Pro).
22.8.10 Criteria voor de beslissing op het beroepschrift ex artikel 22, eerste lid, van de wet
Beslag op goederen van derden(§ 30, leden 4, 5 en 9)
de economische verhouding tussen de belastingschuldige en de goederen aanleiding geeft ze als zijn goederen aan te merken en de omstandigheid dat juridisch de goederen aan een ander toebehoren in hoofdzaak is geschapen om verhaal op de goederen ten laste van de belastingschuldige uit te sluiten of om te bereiken dat de derde zich bij voorrang op die goederen kan verhalen [27] .
Oranjeboom).
.
.Copaco vervulde slechts een tussenrol door het tussen Plassania en Copaco overeengekomen afnamebeding - zoals Plassania zelf stelt in de memorie van grieven onder 10.8 – “vanzelfsprekend” door te leiden naar PZL. PZL had voorts ook de beschikking over de bedrijfsinventaris van de pizzeria, die Plassania - eveneens middels Copaco - aan PZL ter beschikking had gesteld.
Ontvanger/Poignantdeed de Ontvanger een beroep op de afnamebedingregel met als argument dat de eigenaar van de beslagen zaken profijt trok uit het afnamebeding.
Ontvanger/Horeca Holding c.s.en in de appelprocedure
Ontvanger/Poignantheeft de Ontvanger zich op het standpunt gesteld dat toepassing van de afnamebedingregel in de rede ligt indien de belastingschuldige verplicht is bij een ‘buitenstaander’ in te kopen terwijl de eigenaar van de zaken (indirect) van die afnameverplichting profiteert. Profijt van het afnamebeding was derhalve toen in de visie van de Ontvanger een voorwaarde.
Ontvanger/Poignant(zie hiervoor onder 2.4), dat wanneer de zes in art. 22.8.10 van de Leidraad Invordering 2008 genoemde situaties worden beschouwd, kan worden vastgesteld dat het (naast evidente benadelingshandelingen) situaties zijn waarin de derde zich in een bijzondere positie bevindt ten opzichte van de belastingschuldige. Die positie rechtvaardigt in de ogen van de “Leidraadwetgever” dat de zaken die de derde ter beschikking heeft gesteld - conform de hoofdregel van art. 22 lid 3 Iw Pro - bloot staan aan verhaal voor de belastingschulden van de belastingschuldige [53] .
Oranjeboom-arrestoverwoog, een geldleningscontract een afnamebeding bevat waarin (i) geen verplichting is opgenomen tot afname van een minimum hoeveelheid drank, (ii) de belastingschuldige niet wordt gebonden aan een door de derde te bepalen verkoopprijs van die dranken (iii) een ‘normale’ inkoopprijs’ is overeengekomen en daarnaast het geleende bedrag niet zo hoog dat de belastingschuldige “met handen en voeten is gebonden” aan de derde, kan niet worden gezegd dat de belastingschuldige in feite de beschikkingsmacht over zijn bedrijf heeft overgedragen aan de derde.
Oranjeboom-arrest(zie hiervoor onder 2.27) en opgevat als een verduidelijking van de situatie waarin sprake is van bedrijfsinmenging. [56] Het afnamebeding kan m.i. worden gezien als een passieve vorm van bedrijfsinmenging.
onderdeel 4dat gegrondbevinding van een of meer van de in de onderdelen 2 en 3 vervatte klachten meebrengt dat ook de voortbouwende oordelen van de rechtbank in rov. 4.13 en 4.14 en het dictum niet in stand kunnen blijven, deelt in dat lot.