Uitspraak
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
24 april 2015.
Hoge Raad
In deze zaak stond een burengeschil over de erfgrens centraal. De rechtbank Zwolle-Lelystad en het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden hadden eerder uitspraak gedaan. De eiser stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof van 10 december 2013. De verweerster was niet verschenen en er was verstek verleend.
De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.
De Hoge Raad verwerpt het beroep en bevestigt daarmee het arrest van het gerechtshof. De eiser wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, die aan de zijde van de verweerster op nihil zijn begroot. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer op 24 april 2015.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof wordt bekrachtigd.