Uitspraak
wonende te [woonplaats],
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
1 mei 2015.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
Verzoeker heeft de rechtbank verzocht om toepassing van de schuldsaneringsregeling, welke werd afgewezen op grond van het ontbreken van goed vertrouwen bij het ontstaan of onbetaald laten van schulden.
In hoger beroep bevestigde het hof dit oordeel, waarbij het zich mede baseerde op het proces-verbaal van de mondelinge behandeling bij de rechtbank, dat niet aan verzoeker of zijn advocaat was verstrekt.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof had moeten nagaan of het proces-verbaal aan verzoeker was toegezonden of dit zelf had moeten doen alvorens dit als grondslag voor zijn oordeel te gebruiken, vanwege het fundamentele belang van het beginsel van hoor en wederhoor.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof en verwijst de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens schending van het beginsel van hoor en wederhoor en de zaak wordt verwezen naar een ander gerechtshof.