ECLI:NL:PHR:2015:162
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens schending hoor en wederhoor in schuldsaneringsprocedure
Verzoeker heeft een verzoek tot toepassing van de schuldsanering ingediend, dat door de rechtbank en het hof werd afgewezen omdat niet aannemelijk was dat verzoeker te goeder trouw was geweest bij het ontstaan of onbetaald laten van schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek. Het hof baseerde zich deels op het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg, dat verzoeker en zijn advocaat niet hadden ontvangen.
Verzoeker stelde in cassatie dat het hof het beginsel van hoor en wederhoor had geschonden door het proces-verbaal ambtshalve te gebruiken zonder dit aan verzoeker te verstrekken, waardoor verzoeker zich niet kon uitlaten over de inhoud. De Hoge Raad bevestigde dat het hof had moeten nagaan of het proces-verbaal aan partijen was toegezonden of zelf een afschrift had moeten verstrekken, en dat het hof niet zonder deze stappen op het proces-verbaal mocht afgaan.
De overige middelen van verzoeker, onder meer over de beoordeling van tegenstrijdige verklaringen en de kennis van pandrechten, werden door de procureur-generaal behandeld maar bleken niet doorslaggevend. De Hoge Raad concludeerde dat het arrest van het hof vernietigd moet worden vanwege de schending van het beginsel van hoor en wederhoor.
Het arrest benadrukt het fundamentele belang van het recht op hoor en wederhoor in cassatieprocedures en bevestigt dat rechters zorgvuldig moeten omgaan met stukken die partijen niet hebben ontvangen maar wel in de beoordeling worden betrokken.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens schending van het beginsel van hoor en wederhoor.