ECLI:NL:HR:2015:1197

Hoge Raad

Datum uitspraak
1 mei 2015
Publicatiedatum
1 mei 2015
Zaaknummer
14/01291
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 611d lid 1 Rv
Verwijzingen
5 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt verbeurdverklaring dwangsommen wegens tijdelijke onrechtmatige publicatie

In deze zaak stond centraal of dwangsommen terecht verbeurd zijn verklaard omdat een onrechtmatige publicatie tijdelijk weer toegankelijk was door een technische fout. De zaak betrof een geschil tussen eiser c.s. en de verweerster, een uitgeverij.

De feiten en eerdere procedures werden door de Hoge Raad overgenomen uit eerdere vonnissen en arresten van de voorzieningenrechter en het gerechtshof Amsterdam. Het hof had de dwangsommen bevestigd omdat de publicatie ondanks een verbod tijdelijk online bleef staan.

Eiser c.s. stelde in cassatie verschillende klachten aan het oordeel van het hof, maar de Hoge Raad oordeelde dat deze klachten niet tot cassatie konden leiden. Er waren geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling die nadere motivering vereisten.

De Hoge Raad verwierp het beroep, bevestigde het arrest van het hof en veroordeelde eiser c.s. in de proceskosten. Hiermee blijft de verbeurdverklaring van de dwangsommen in stand wegens de tijdelijke onrechtmatige publicatie door technische problemen.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de dwangsommen blijven verbeurd verklaard wegens tijdelijke onrechtmatige publicatie.

Uitspraak

1 mei 2015
Eerste Kamer
nr. 14/01291
LZ/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [eiser 1],
wonende te [woonplaats],
2. [eiseres 2],
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. K. Aantjes,
t e g e n
HEARST MAGAZINES NETHERLANDS B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. P.S. Kamminga.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en Quote.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 530886/KG ZA 12-1618 van de voorzieningenrechter te Amsterdam van 6 december 2012;
b. het arrest in de zaak 200.120.022/01 KG van het gerechtshof Amsterdam van 23 april 2013 en 28 januari 2014.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof van 28 januari 2014 hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld.
De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Quote heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiser] c.s. heeft bij brief van 20 maart 2015 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Quote begroot op € 841,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
1 mei 2015.