ECLI:NL:HR:2015:1225

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 mei 2015
Publicatiedatum
8 mei 2015
Zaaknummer
15/00121
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 87 FWArt. 105 FW
Verwijzingen
6 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake verzekerde bewaring en faillissementsrecht

De zaak betreft een cassatieberoep van verzoeker, gedetineerd in een penitentiaire inrichting, tegen een beschikking van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het geschil draait om faillissementsrechtelijke aspecten, waaronder de verzekerde bewaring conform artikel 87 van Pro de Faillissementswet en de verplichtingen tot het verstrekken van inlichtingen aan de curator op grond van artikel 105 FW Pro. Tevens spelen vragen over de toepassing van het Kaderbesluit van de Raad van de Europese Unie betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de overlevering tussen lidstaten, en mogelijke schendingen van de Overleveringswet en het specialiteitsbeginsel.

De Hoge Raad verwijst voor het geding in feitelijke instanties naar eerdere beschikkingen van de rechtbank Midden-Nederland en het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep, waarop de raadsheren de klachten van verzoeker niet ontvankelijk achten voor nadere motivering, omdat deze geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.

De Hoge Raad heeft uiteindelijk het cassatieberoep verworpen, waarmee het arrest van het gerechtshof wordt bekrachtigd. De beschikking is gegeven door de raadsheren Streefkerk, Heisterkamp en Drion en in het openbaar uitgesproken door raadsheer De Groot op 8 mei 2015.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verzoeker wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden wordt bekrachtigd.

Uitspraak

8 mei 2015
Eerste Kamer
nr. 15/00121
LZ/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[verzoeker],
thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting te Nieuwegein,
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.
Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 13/759 F van de rechtbank Midden-Nederland van 20 november 2014;
b. de beschikking in de zaak 200.159.958 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 8 december 2014.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [verzoeker] heeft bij brief van 9 april 2015 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
8 mei 2015.