Uitspraak
thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting te Nieuwegein,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
8 mei 2015.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verzoeker, gedetineerd in een penitentiaire inrichting, tegen een beschikking van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het geschil draait om faillissementsrechtelijke aspecten, waaronder de verzekerde bewaring conform artikel 87 van Pro de Faillissementswet en de verplichtingen tot het verstrekken van inlichtingen aan de curator op grond van artikel 105 FW Pro. Tevens spelen vragen over de toepassing van het Kaderbesluit van de Raad van de Europese Unie betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de overlevering tussen lidstaten, en mogelijke schendingen van de Overleveringswet en het specialiteitsbeginsel.
De Hoge Raad verwijst voor het geding in feitelijke instanties naar eerdere beschikkingen van de rechtbank Midden-Nederland en het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep, waarop de raadsheren de klachten van verzoeker niet ontvankelijk achten voor nadere motivering, omdat deze geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.
De Hoge Raad heeft uiteindelijk het cassatieberoep verworpen, waarmee het arrest van het gerechtshof wordt bekrachtigd. De beschikking is gegeven door de raadsheren Streefkerk, Heisterkamp en Drion en in het openbaar uitgesproken door raadsheer De Groot op 8 mei 2015.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verzoeker wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden wordt bekrachtigd.