Conclusie
voor wat betreft het verzoek van [verzoeker] een kopie van het proces-verbaal verstrekt te krijgen.
2.De bespreking van het cassatiemiddel
ten eersteover het verzoek van de curator tot verlenging van de inbewaringstelling en
ten tweedeover het hoger beroep van [verzoeker] (op grond van art. 67 Fw Pro) tegen de afwijzende beschikking van de rechter-commissaris met betrekking tot het proces-verbaal. Het onderhavige cassatieberoep is alleen gericht tegen het tweede oordeel. Tegen het eerste oordeel heeft [verzoeker] , naar zijn eigen zeggen, hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Dit oordeel laat ik daarom in deze conclusie buiten beschouwing.
subonderdelen I.1-I.6betogen in essentie dat de rechtbank (in rov. 3.4) ten onrechte heeft geoordeeld dat art. 6 EVRM Pro niet van toepassing is op de vraag of aan [verzoeker] een afschrift van het verhoor op grond van art. 66 Fw Pro moet worden verstrekt. Ik maak, voordat ik dit betoog [verzoeker] zal bespreken, eerst een paar algemene opmerkingen.
derden, maar ik denk dat de beoordeling niet wezenlijk anders zou moeten zijn indien het, zoals hier,
de gefailleerdebetreft. Waar het om gaat is dat het verhoor op grond van art. 66 Fw Pro als uitgangspunt niet openbaar is. Ook de gefailleerde heeft daarom niet zonder meer het recht om hierbij aanwezig te zijn of om een afschrift van het proces-verbaal te ontvangen. De rechter-commissaris heeft een ruime vrijheid in het nemen van een beslissing hierover. Hij zal de belangen van de boedel en van het door de curator te verrichten onderzoek moeten afwegen tegen de belangen van de derde of de gefailleerde.
en dat de vraag of aan een zodanig verlangen in het gegeven geval gevolg moet worden gegeven, door de rechter moet worden beoordeeld aan de hand van een afweging van het belang van de gefailleerde bij de inzage tegen de eventuele belangen die zich tegen inzage verzetten.” (curs. A-G)
subonderdelen I.1, I.3 (indirect [10] ), I.4 en I.5gaan er vanuit dat de verlenging van de inbewaringstelling mede is gebaseerd op het proces-verbaal van het verhoor van [getuige] . Het wel of niet verstrekt krijgen van het proces-verbaal is volgens [verzoeker] daarom direct beslissend voor zijn burgerlijke rechten en verplichtingen.
in de onderhavige procedurealleen de beslissing van de rechtbank met betrekking tot het proces-verbaal aan de orde is. In zoverre is niet van belang of de beslissing van de rechtbank over de inbewaringstelling wel of niet op het proces-verbaal is gebaseerd.
nietmede is gebaseerd op het proces-verbaal. Ik zal dit hieronder toelichten.
De verklaring van [getuige] bevestigt dat er nog informatie is waarover de curator niet kan beschikken.(curs. A-G) [verzoeker] heeft ter zitting bevestigd dat er nog administratie in het buitenland aanwezig is en dat er inderdaad stukken aan zijn advocaat zijn gezonden
.Hierbij is, gelet op de hiervoor omschreven omvang van de inlichtingenplicht, niet relevant dat het om niet financiële stukken zou gaan.”
dit proces-verbaalgebaseerd, maar op
de bevestiging door [verzoeker] “dat er nog administratie in het buitenland aanwezig is en dat er inderdaad stukken aan zijn advocaat zijn gezonden”.
De door de curator met verwijzing naar deze verklaring onderbouwde stellingen, worden door [verzoeker] deels erkend. Hij betwist niet dat er administratie in het buitenland aanwezig is, of dat er stukken aan zijn advocaat zijn gezonden.” (curs. A-G)
op grond van het erkennen dan wel niet betwisten door [verzoeker] van de stellingen van de curator en derhalve los van de inhoud van het proces-verbaal, heeft kunnen oordelen dat er voor de verlenging van de inbewaringstelling voldoende grond bestond.
nietmede is gebaseerd op het proces-verbaal van het verhoor van [getuige] . Daarom kunnen de subonderdelen I.1, I.3, I.4 en I.5 niet slagen. Voor het overige hoeven zij niet afzonderlijk te worden besproken.
art. 69 Fw Provergelijkbare procedure, zodat aangenomen mag worden dat dit ook geldt voor een
art. 67 Fw Pro-procedure. [verzoeker] betoogt verder dat sprake is van een “civil right” in de zin van art. 6 EVRM Pro. [verzoeker] noemt daarbij het recht op het ontvangen van informatie, het recht op voldoende gelegenheid om op informatie te reageren en het vereiste van “equality of arms”.
subonderdeel I.7(in samenhang gelezen met de inleiding op onderdeel I) lijkt [verzoeker] te willen betogen dat, voor zover art. 6 EVRM Pro niet van toepassing is, het oordeel van de rechtbank met betrekking tot het proces-verbaal in strijd is met het recht van een ieder op een eerlijke behandeling van zijn zaak. Dat recht zou bestaan uit het recht op informatie te ontvangen welke op de schuldenaar betrekking heeft, het recht op voldoende gelegenheid om op ontvangen informatie te reageren en het vereiste dat de processuele mogelijkheden van partijen met elkaar in evenwicht moeten zijn.
onderdeel IVstelt [verzoeker] dat het oordeel van de rechtbank (in rov. 3.8) dat over het algemeen terughoudend moet worden omgegaan met het verstrekken van een proces-verbaal van een faillissementsverhoor, blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting. Volgens [verzoeker] had de rechtbank het verzoek van [verzoeker] moeten beoordelen aan de hand van een afweging van het belang van [verzoeker] tegen de belangen die zich verzetten tegen verstrekking van het proces-verbaal.
als uitgangspuntniet verstrekt wordt en dat er met name reden is voor terughoudendheid indien deze verstrekking gevolgen kan hebben voor derden. In dit licht lijkt mij de bestreden overweging niet van een onjuiste rechtsopvatting getuigen.
de rechter die over de inbewaringstelling oordeelt(in eerste aanleg dan wel in hoger beroep) moet beoordelen welke consequenties moeten worden verbonden aan het feit dat [verzoeker] niet over het proces-verbaal beschikt, en voorts dat het proces-verbaal bij het oordeel over inbewaringstelling niet noodzakelijkerwijs een rol speelt omdat [verzoeker] bepaalde stellingen van de curator heeft erkend dan wel niet heeft betwist.
niet(mede) op het proces-verbaal heeft gebaseerd, maar op
het erkennen dan wel niet betwisten door [verzoeker] van de stellingen van de curator.